Wat zijn mini-publics?

Mini-publics hebben twee gemeenschappelijke kenmerken die hen onderscheiden van andere participatieconcepten. Er moet enerzijds steeds sprake zijn van een deliberatief proces, waarbij burgers na het ontvangen van objectieve informatie deelnemen aan open discussies en conclusies of aanbevelingen opstellen. Daarnaast moeten de deelnemers zo veel mogelijk representatief zijn voor de gemeenschap of samenleving waarop het initiatief betrekking heeft. Daarom noemt men het ook wel eens ‘gelote burgerpanels’.

Mini-publics kunnen door maatschappelijke organisaties, non-profit verenigingen, openbare besturen en academische instellingen opgestart worden. In de praktijk nemen vooral private organisaties en ngo’s het voortouw in de organisatie van mini-publics, op enige afstand gevolgd door overheden en academische organisaties.

Vaak wordt bij mini-publics gekozen voor een informatieronde, waarbij de deelnemers inzichten vergaren in de desbetreffende materie. De aanwezigheid van objectieve experten is hier cruciaal, maar deze mogen geen deel uitmaken van het deelnemersveld. 

De voordelen

  • Mini-publics ondersteunen de bestaande democratie en kunnen deze zelfs versterken. Men verzamelt stemmen en standpunten die in de huidige structuren minder aan bod komen en bevordert daardoor de inclusie van kwetsbare en/of moeilijker te bereiken groepen.
  • Daarnaast dragen mini-publics bij aan de vorming van meer overwogen en geïnformeerde opinies, zowel bij het publiek als bij beleidsmakers. Hierdoor verbetert de kwaliteit van beleidsbeslissingen.
  • De inclusieve en laagdrempelige atmosfeer van mini-publics creëert kansen voor burgers om van elkaar te leren, om te gaan met kritische denkpatronen en geïnformeerde en open discussies te voeren. Bij deze deliberatie kunnen de deelnemers hun standpunt ook aanpassen na het horen van de argumenten van anderen.  

De valkuilen

  • Mini-publics zijn vatbaar voor zelfselectie door participanten aangezien uitgenodigde burgers meestal niet verplicht worden om deel te nemen aan het deliberatieproces. Bijgevolg trekken mini-publics vaak de usual suspects aan, terwijl minder evidente doelgroepen zoals jongeren, kansengroepen en minderheden toch nog ondervertegenwoordigd blijven. 
  • Politici, ambtenaren en andere betrokken stakeholders steunen het gebruik van mini-publics vaak zolang deze een (louter) consulterend karakter hebben. Vanaf het ogenblik dat ze een meer beslissende plek in het politieke besluitvormingsproces willen innemen, bestaat het risico op bestuurlijk verzet.

Enkele tips

  • Organiseer. Om het succesvol verloop van een mini-public te bevorderen, is enige vorm van organisatie en managementstructuur onontbeerlijk. Het mini-public in Duitstalig België wordt bijvoorbeeld gecoördineerd door professionals, die tegelijk ook de doelstellingen van het initiatief bewaken en het proces begeleiden.
  • Informeer. Het is van belang dat deelnemers de opgelegde normen en procedures voor aanvang van het initiatief kennen. Daarnaast kan men best vooraf voldoende academische en praktische expertise ter beschikking te stellen aan alle deelnemers, zodat iedereen met dezelfde bagage kan participeren.
  • Betrek. Verzeker de betrokkenheid van burgers door ambtenaren en politici te betrekken bij het minipublic, zowel bij het ontwerp van de procedures als bij de eigenlijke debatten zelf. Hierdoor stijgt de geloofwaardigheid van het proces, waardoor burgers zich sneller zullen engageren en langer betrokken blijven. 
  • Garandeer impact. Maak op voorhand institutionele afspraken tussen beleid en organisatie over wat er met de resultaten gebeurt. Indien mogelijk, garandeer de impact van een mini-public door deze juridisch te verankeren.

    Het hele onderzoek lees je op https://lokaalbestuur.vlaanderen.be/werking-bestuur/burgerparticipatie/right-to-challenge-e-democracy-en-minipublics
Hier staat mogelijk content uit een social media netwerk dat cookies kan gebruiken. U heeft hiervoor nog geen toestemming gegeven. Klik hier om dit toe te laten.

Lees ook