Al op de middelbare school engageerde Alexandra Smarandescu zich om één keer per maand samen met andere jongeren na te denken over lokale uitdagingen in het onderwijs. Met dit initiatief wilde het stadsbestuur de toegenomen schooluitval verhinderen. Vanaf dan ging voor Smarandescu de bal aan het rollen. Ze kwam bij de Vlaamse Scholierenkoepel terecht en leerde zo ook de Vlaamse Jeugdraad kennen. Ze besloot al snel om zich bij de raad aan te sluiten, stelde zich kandidaat als nieuwe voorzitter en werd verkozen. Binnenkort loopt haar mandaat af, maar ze stelt zich niet opnieuw kandidaat. “Voorzitter zijn is best wel intens. Ofwel geef ik me 100%, ofwel niet. Het is nu tijd voor een nieuwe generatie.”
 

- Wat zijn volgens jou de grote sterktes van de Vlaamse jeugdraad?

Smarandescu: We vertegenwoordigen jongeren(organisaties) en volgen ontwikkelingen en thema’s op die een impact hebben op jongeren hun leven. Omdat de doelgroep jongeren erg divers is, waken we erover dat we hun standspunten nooit verkondigen als één mening. Afhankelijk van het thema gaan we bewust en actief op zoek gaan naar stemmen die doorgaans niet gehoord worden. Ook spreken we niet óver jongeren, maar laten we ze zelf aan het woord.

Representativiteit

- Hoe gaan jullie precies op zoek naar die jongeren?

Smarandescu: Op voorhand maken we een lijst van alle betrokkenen bij de kwestie die we willen aankaarten. Zo bewaken we de representativiteit en houden we rekening met verschillende invalshoeken. Online zijn we erg actief, maar daar bereiken we vooral de meest geëngageerde en uitgesproken jongeren mee. We gaan daarnaast dus ook op zoek naar jongerenorganisaties of instanties zoals jeugdinstellingen om de moeilijker bereikbare jongeren te betrekken.

 

- Een diverse groep jongeren betrekken in tijden van corona is niet gemakkelijk. Hoe betrek je bijvoorbeeld kwetsbare jongeren zonder laptop of internetverbinding bij bijeenkomsten die noodgedwongen online zijn?

Smarandescu: Dat is niet evident. Om de impact van corona op jongeren te meten, zijn we via lokale jeugdorganisaties verhalen gaan sprokkelen van kwetsbare kinderen en jongeren. Het is sowieso belangrijk om per thema een duidelijke strategie te bepalen: welke aanpak is aangewezen, welke stemmen moeten aan bod komen en hoe brengen we de resultaten naar buiten? Sinds het begin van de crisis ijveren we ook voor de erkenning van het jeugdwelzijnswerk als essentieel beroep. Dat maakt het voor deze mensen mogelijk om op pad te gaan en jongeren te bereiken die het moeilijk hebben tijdens corona. Voor ons is die wisselwerking interessant.

Prioriteiten

- We leven momenteel al even met het virus. Hoe was de werking van de Jeugdraad de afgelopen maanden? Konden jullie snel schakelen?

Smarandescu: In het begin stond alles op een lager pitje omdat we niet wisten hoe lang de lockdown zou duren. We zijn meer online beginnen werken en doen dat vandaag nog altijd. We houden de vinger aan de pols en trekken aan de alarmbel indien nodig. De huidige omstandigheden zijn voor ons wel een wake-up call. Jongeren waren sterk afwezig in het debat rond de maatregelen. We hebben op tafel moeten kloppen opdat ze ons niet vergeten in de langetermijnstrategie. We hebben het Kinderrechtencommissariaat aangezet om van jongeren een prioriteit te maken. Dat was tijdens de eerste lockdown nog niet het geval.

 

- Heb je een evolutie gemerkt in de noden en belangen van jongeren voor en tijdens corona?

Smarandescu: Corona maakt de ongelijkheid tussen kwetsbaar en minder kwetsbaar groter. We proberen sterk te benadrukken dat ze van die kwetsbare groepen een prioriteit moeten maken. Voor corona was het psychisch welzijn een sterk terugkerend thema. Net zoals onderwijs, tewerkstelling en representatie in de media. Binnenkort zullen we een grote bevraging houden over de thema’s waar jongeren vandaag van wakker liggen. Ik denk dat een aantal thema’s zullen terugkomen.

 

- Willen jongeren vandaag meer inspraak dan voordien?

Smarandescu: Jongeren kunnen zich massaal achter een ideaal scharen en zich engageren. Maar de mobiliseerkracht zal vooral online zijn. De klimaatmarsen zijn daar een mooi voorbeeld van. Verder zie ik de laatste tijd wel een degelijk verschil. Jongeren hebben tijdens corona de impact van een gebrek aan inspraak aan den lijven kunnen ondervinden. Resultaat: ze stellen zich meer en meer de vraag wie de beperkende maatregelen beslist en waarom. Dat merk ik aan de veelheid vragen die ons hierover bereiken. Er is meer openheid en interesse voor inspraak.

Participatie als decretale verplichting

- Heeft het beleid voldoende gehoor voor zaken waar jongeren van wakker liggen?

Smarandescu: In het begin van mijn voorzitterschap ervoer ik de toenadering van beleid tot jongeren vooral als een decretale verplichting. Beleidsmakers moesten aantonen dat ze met ons in gesprek gaan. Maar hoe meer bestuurders zien en ervaren dat jongeren hun stem willen laten horen, hoe meer ze actief worden opgezocht en aan tafel worden uitgenodigd. Ik heb ook het gevoel dat beleidsmakers de jeugd vandaag beter wil informeren over beslissingen. Dat is positief. Terugkoppeling maakt wel degelijk een groot verschil. Jongeren kunnen begrip tonen voor moeilijke beslissingen, maar ze moeten weten waarom. Het creëert een andere verstandhouding.

 

- Hoe kijk je als voorzitter van de Jeugdraad terug op de samenwerking met beleidsmakers?

Smarandescu: Er is een groot verschil tussen de eerste contacten die ik had met een nog onbekend kabinet en de contacten die ik vandaag heb. We hebben beleidsmakers, departementen en organisaties moeten bewijzen dat onze input kwalitatief is. Op zich is dat niet abnormaal. Beleidsvorming blijft nog altijd mensenwerk. Bouwen aan een netwerk draagt ertoe bij dat de inhoud van je advies serieus genomen wordt. Op tijd en stond worden we nu ook zelf aangesproken in plaats van omgekeerd.

 

- Hoe kan de samenwerking met het beleid nog verbeterd worden in de toekomst?

Smarandescu: Het is geen geheim dat de minister van Jeugd een groot pleitbezorger is van kinderrechten en het belang van een sterk jeugdbeleid. Maar die overtuiging zou er eigenlijk bij alle beleidsmakers moeten zijn. En dat is vandaag nog te weinig het geval. Er is nochtans een jeugd- en kinderrechtenbeleidsplan voorhanden. Het beleid mee vormgeven én tegelijk de luis in de pels blijven van de Vlaamse regering: het blijft in de toekomst een belangrijke taak voor Vlaamse Jeugdraad.

Terugkoppeling en authenticiteit

- Hoe hoop jij dat participatie van jongeren in de toekomst zal evolueren?

Smarandescu: Ik hoop dat het betrekken van jongeren een vanzelfsprekendheid wordt. Dat ze consequent van bij het begin tot het einde van een proces betrokken worden. En er achteraf ook terugkoppeling is. Authenticiteit is daarbij erg belangrijk. Jongeren ruiken van ver wanneer een vraag tot participatie oprecht is of niet.

 

- Een laatste vraag om af te sluiten… Wat ervaar jij als jouw grootste prestatie van de afgelopen drie jaar? Waar ben je het meest trots op?

Smarandescu: Het effect dat we hebben gehad op jongeren tijdens corona. We hebben tijdens deze periode heel nauw met de jeugdsector samengewerkt. Ook is onze aanwezigheid bij het relancecomité een bevestiging dat men onze boodschap serieus neemt. Ook vond ik het interne traject dat we gelopen hebben als ploeg niet altijd evident. We hebben een hele rebranding gedaan naar de toekomst toe. Ten slotte blijft mij vooral de gigantische hoeveelheid geëngageerde jongeren bij. Steeds meer jongeren zien dat je inspraak kan hebben en er ook effectief iets mee kan bereiken. Daar krijg ik veel energie van.

(Arno Van Rensbergen)

Hier staat mogelijk content uit een social media netwerk dat cookies kan gebruiken. U heeft hiervoor nog geen toestemming gegeven. Klik hier om dit toe te laten.

Lees ook