U bent iemand die sterk gelooft in de kracht van onze lokale democratie. Is uw kijk op participatie na anderhalf jaar ministerschap in volle coronacrisis geëvolueerd?
Bart Somers:
De coronacrisis heeft een duidelijke impact (gehad) op mensen hun persoonlijk leven, maar ook op de maatschappij in haar geheel. We zien daarvan het effect in de manier waarop beslissingen worden genomen. Maar ook de daadkrachtige en creatieve manier waarop lokale besturen inspelen op de noden die er leven bij de mensen, valt me sterk op. Het lokaal niveau staat het dichtst bij de burger en heeft een unieke positie op vlak van burgerparticipatie. Dat was voordien al zo, maar de kracht ervan wordt vandaag extra duidelijk. Op vlak van armoede toont het lokaal niveau bijvoorbeeld potentieel in de toekomst. Men is hier het best geplaatst om de noden te detecteren, dus kan men hier de middelen gericht en efficiënt uitgeven.

Tegelijk kwam er van onderuit ook veel initiatief. Actieve burgers zetten zich in om op buurtniveau mensen in nood te helpen. Voor mij is dit een bevestiging dat burgerparticipatie verder gaat dan burgers hun zeg laten doen over maatschappelijke keuzes. Zij kunnen zelf ook deel zijn van de oplossing.

15 miljard voor lokale besturen

Welke acties neemt u als minister om gemeentebesturen te stimuleren om participatief aan de slag te gaan?
Somers:
In het Vlaams regeerakkoord voorzie ik veel middelen voor de lokale besturen. De tijd dat de politiek enkel van bovenaf oplossingen kon bedenken zonder interactief proces of appèl aan de burger is voorbij. Oplossingen moeten geworteld zijn in onze samenleving en steunen op kennis en deskundigheid van burgers. Die tendens heeft de pandemie enkel maar versterkt.  Vlaams minister-president Jambon gaf in zijn septemberverklaring dan ook aan dat de Vlaamse regering meer bevoegdheden en verantwoordelijkheden zal doorschuiven naar de lokale besturen. Want daar is de interactie met en het vertrouwen van de burger het grootst. Meer concreet zal er 15 miljard euro naar de lokale besturen gaan. Daarmee groeit mijn beleidsdomein het sterkst in de Vlaamse begroting.

Dat is veelbelovend. Maar in hoeverre zal binnen dat budget effectief plaats worden gemaakt voor de burger? Gemeentebesturen staan voor heel wat uitdagingen en participatie kost veel tijd en geld…
Somers:
Dat is zo. Maar het gebrek aan participatie kost óók tijd en geld. Je kan als overheid niet zomaar negeren dat burgers mondig zijn en een mening hebben. Als bestuur boek je ook pas echt vooruitgang wanneer je aan tafel gaat zitten met de verschillende betrokken partijen. Het is voor mij geen zwart-wit verhaal. Heel wat oplossingen kan je als overheid niet alleen bedenken of realiseren. Ik ben ervan overtuigd dat je, door beroep te doen op de creativiteit en knowhow van burgers, heel wat zaken efficiënter en goedkoper kan organiseren. Dat zal ook in de toekomst zo zijn.

Participatieve modellen

Eén van de uitdagingen van participatie is dat slechts een klein deel van de samenleving de middelen of tijd heeft om zich te engageren. Hoe kan men een grotere diverse betrokkenheid realiseren?
Somers:
Als burgemeester van Mechelen heb ik honderden participatieavonden meegemaakt, en daar waren vooral hoogopgeleide, oudere burgers aanwezig. Deze actieve burgers zijn mondiger en hebben meer vrije tijd. Jongere mensen zijn vaak met andere dingen bezig. Lager geschoolden en mensen met migratieroots ervaren grotere drempels om deel te nemen. Diverse betrokkenheid bij participatie is dus inderdaad een uitdaging.
Wel bestaan er steeds meer participatieve modellen zoals gelote burgerpanels die er in slagen om een breed publiek te bereiken. Die modellen vervangen onze representatieve democratie niet, maar versterken ze wel. Verkozen besturen moeten zich daarom bezinnen over hoe ze problemen in de maatschappij willen aanpakken. Zij hebben een belangrijke verantwoordelijkheid in het benutten van die mogelijkheden.

Corona dwingt steden en gemeenten om hun participatiebijeenkomsten digitaal te organiseren. Biedt burgerparticipatie, als het enkel digitaal kan, nog wel een meerwaarde?
Somers:
Een online bijeenkomst is geen ideaal middel om een fysieke vergadering te vervangen. Maar digitaal werken biedt ook kansen om efficiënter te werken en een diversere groep mensen te bereiken. Ook kan je sneller powerpoints delen, een rollenspel organiseren en budgetgames  spelen. Er is niet één manier van participeren en we verkennen continu nieuwe manieren om meer mensen te betrekken. Met oog op het Vlaanderen van morgen doen we ook inspanningen om in het onderwijs en het integratiebeleid de digitale stap te zetten. We hebben aandacht voor e-inclusie en willen we ervoor zorgen dat iedereen mee kan participeren.

Burgerpanels en Right to Challenge

Welke rol moet burgerparticipatie krijgen in het Vlaanderen van morgen?
Somers:
Burgers mogen wat mij betreft nog meer betrokken worden. Zo maakte ik onder meer 244.000 euro vrij voor het labo burgerparticipatie, dat op initiatief van de VVSG, bijdraagt aan de versnelling van innovatie in burgerparticipatie. Dit netwerk van experten (waar De Wakkere Burger deel van uitmaakt nvdr.) ondersteunt tien lokale besturen in het uitrollen van hun participatie-experiment. Het labo evalueert welke participatieprojecten goed functioneren en onderzoekt of ze opgeschaald kunnen worden. In aanloop daarnaartoe werden 180 verschillende lokale praktijken in beeld gebracht. Een twintigtal daarvan zijn echt veelbelovend. 

De komende jaren zullen we op drie sporen verder werken om nieuwe en zinvolle manieren van burgerparticipatie te verkennen. We volgen experimenten rond deliberatieve burgerpanels op en kijken wat al dan niet werkt en waarom.  We zetten sterker in op digitale tools om meer en een diversere groep burgers te betrekken bij het beleid. Ten slotte willen we ook het Right to Challenge  implementeren in onze manier van werken.

(Arno Van Rensbergen)

Dit interview verschijnt eind december ook in het laatste nummer van TerZake Magazine.

Lees ook