Voor het onderzoek werden verschillende methoden gebruikt: diepte-interviews met betrokken buurtbewoners en lokale beleidsmakers, een enquête bij actief betrokken buurtbewoners (Arendonk: 26; Olmen: 12) en een deur-aan-deurbevraging (Arendonk: 138 huishoudens; Olmen: 184). Om het proces en de rol van de professional goed in kaart te brengen, kwamen we om de 6 à 8 weken samen met de procesbegeleiders voor een uitwisseling van de stand van zaken en hielden we op het einde een focusgroep met terugblik op het ganse traject. 

Meer sociale cohesie en leefbaarheid?

Buurtbudget is in de eerste plaats een methodiek die wil bijdragen aan een sterkere sociale cohesie in de buurt. Uit de evaluatie leren we dat buurtbewoners elkaar op een positieve manier hebben leren kennen door het buurtbudget. Zowel het beslissingsproces als de initiatieven zelf maakten laagdrempelige en informele ontmoeting tussen diverse buurtbewoners mogelijk. Het gevoel van samenhorigheid kon toenemen omdat ze samen nadenken en dingen doen. Sommige kwetsbare buurtbewoners voelden zich zelfs minder eenzaam door hun actieve deelname aan het initiatief. Ook de drempel om elkaar te helpen werd kleiner. 

“Een buur die ook aan de bank was, vroeg of ik een lampje in haar badkamer kon repareren. Als die bank er niet was, had ze dat nooit aan mij komen vragen.” (betrokken buurtbewoner)

Afhankelijk van het soort initiatieven kan, naast de sociale cohesie, ook de leefbaarheid in de buurt toenemen: in de pilootpraktijken werd ingezet op netheid en gezelligheid in de buurt, wat ook zorgde voor ontmoeting. Sommige bewoners voelen zich nu ook trots op hun buurt. Ook vinden ze het fijner om buiten te komen, wat ontmoeting faciliteert.

“Ik voel ook wel in de buurt dat het hier veranderd is. Het is veel properder geworden, mensen houden hun tuin proper, ze beginnen bloemetjes te zetten …” (betrokken buurtbewoner)

Deze effecten passen binnen de versterkte aandacht die het Vlaamse beleidsdiscours de laatste jaren schenkt aan zorgzame buurten. Het Vlaamse beleid zet de laatste jaren in op zorgzame buurten. Een zorgzame buurt wordt begrepen als: “samenhangende en buurtgerichte aanpak van wonen, zorg en welzijn beoogt opdat de persoon met een ondersteuningsnood zo lang mogelijk thuis of in de vertrouwde omgeving kan blijven wonen” (Vandeurzen, 2018). Buurtbudget is in dat opzicht een concrete methodiek die bij kan dragen tot meer zorgzame buurten. 
  

Wie hebben we (niet) bereikt?

Buurtbudget veronderstelt een hoge mate van participatie, en niet iedereen is van zichzelf in staat om zijn stem te laten horen (Renson, 2018). In het onderzoek gingen we dan ook na of de methodiek inclusief is en ook kwetsbare burgers bereikt. Het is immers niet de bedoeling dat enkel de al mondige, krachtige buurtbewoners een stem krijgen. 

Uit de deur-aan-deurbevraging blijkt dat meer dan twee derde van de huishoudens gehoord had van buurtbudget: 67% in Olmen en 79% in Arendonk. 40% (Olmen) en 48% (Arendonk) kon uitleggen wat buurtbudget was. We onderzochten daarbij of het al dan niet kennen van buurtbudget significant samenhangt met achtergrondkenmerken. Zo kunnen we nagaan of de methodiek effectief heel de buurt bereikt dan wel vooral de meer sterkere profielen. 

De resultaten leren dat er geen significant verband is naar leeftijd, burgerlijke staat, woonsituatie, alleenwonend zijn of werksituatie. Zowel jong als oud, gehuwd, gescheiden of ongehuwd, huurders en eigenaars, werkend of niet … werd bereikt. Enkel mensen die niet in België geboren zijn, hadden significant minder gehoord van buurtbudget, wat wil zeggen dat deze doelgroep extra aandacht verdient bij o.a. bekendmaking van de methodiek.

Ook het profiel van de actief betrokken buurtbewoners die op één of andere manier een actieve rol opnamen in heel het keuzeproces (van ideeën verzamelen, de organisatie van het startmoment tot de realisaties) is erg divers: zowel huurders als eigenaars, jong als oud, alleenstaande als gehuwden,... uit de buurten namen een actieve rol op. Buurtbudget blijkt een methodiek die waardevol is voor de betrokken deelnemers. Ze krijgen door hun actieve deelname het gevoel dat ze iets voor de buurt kunnen betekenen en bevinden zich in een geverspositie. Zeker voor kwetsbare bewoners, die zich vaak in een vragerspositie bevinden, is dit betekenisvol.

Participatief werken als doel en middel: betere burgers

Buurtbudget zet niet alleen in op zorgzame buurten, het kan als participatieve methodiek op zich ook een meerwaarde bieden op drie fronten: nl. (1) beter burgers, (2) groter draagvlak en (3) beter beleid (De Wakkere Burger, 2019). 

Buurtbudget leidt in de eerste plaats en vooral tot betere burgers. Tot buurtbewoners die leren van elkaars inzichten en ervaringen. Door buurtbewoners samen rond de tafel te zetten en hen te laten samenwerken en debatteren met mensen die mogelijks een andere mening hebben, kan er meer begrip groeien. Participatief werken biedt dus kansen voor sociaal leren (Renson, 2018).  Het onderzoek leert dat buurtbudget hier effectief toe bijdraagt. Buurtbudget biedt kansen voor sociaal leren, net omdat het eigen is aan buurtbudget dat burgers het voortouw nemen en actief met elkaar in contact komen. Buurtbewoners werden samengebracht over leeftijd, sociale klasse, nationaliteit, … heen. Door samen te werken aan iets concreet, verdwenen vooroordelen. 

“Als ik nu passeer met de fiets, zeggen ze goeiedag. Want die ontmoeting heeft mogelijk gemaakt dat ze dachten: ‘ah, die is niet gevaarlijk, we moeten geen schrik hebben’.” (betrokken buurtbewoner)

Ten tweede kunnen burgerbegrotingen, waar buurtbudget ook onder valt, ook leiden tot een groter draagvlak. Tot meer gedragen beslissingen van het lokale bestuur. Dit is een mogelijk positief neveneffect, dat zeker niet het centrale doel van buurtbudget moet zijn. Een derde positief neveneffect is dat het mogelijk ook tot een beter beleid kan leiden. Burgers, die goed weten wat er leeft, kunnen met concrete initiatieven tot een beter beleid komen (De Wakkere Burger, 2019). Het is mooi als dit het geval is, maar dit hoeft helemaal niet. Soms is zelfs het omgekeerde waar en vinden lokale politici de ideeën die uit de buurt komen maar niets, zo leerde de piloottest van buurtbudget. Dit is ook niet erg: buurtbudget zet als participatieve methodiek vooral in op ‘betere burgers’, elkaar leren kennen. Het zet in op eigenaarschap van de buurtbewoners, over leeftijden en sociale klassen heen. En net dit eigenaarschap leidt tot sociale cohesie. In die zin is participatie een doel, maar ook een middel.

De cruciale rol van de procesbegeleider

Buurtbudget werkt ook niet vanzelf, het vraagt meer dan een budget beschikbaar stellen: het proces moet begeleid worden. Je kan de regie niet zomaar van vandaag op morgen aan een buurt geven.

“Ergens is het toch een groep vreemden die je bij elkaar brengt en er moet dan iemand een leidende rol hebben om het project te beginnen.” (betrokken buurtbewoner)

De evaluatie toont dat procesbegeleiding essentieel is. Zowel om de brug te bouwen tussen de buurtbewoners en het lokaal bestuur, als om de buurtbewoners doorheen het proces te ondersteunen. De procesbegeleider heeft dus een verbindende als begeleidende rol. In het begin begeleidt de procesbegeleider de groep van nabij, hoe meer het proces vordert, des te meer hij of zij de bewoners loslaat. Bovendien blijkt een tandem van twee begeleiders met elk hun eigen sterktes, waardevol. Net als voor de politiek, is het voor begeleiders een uitdaging om de regie aan de buurt te laten en alleen te ondersteunen en te empoweren. Zo wordt buurtbudget een verhaal van eigenaarschap van de buurt en loslaten.

Rol lokaal bestuur: aan de zijlijn

Ook het lokaal bestuur neemt een andere plaats in: ze staat meer aan de zijlijn. Haar taak bestaat erin om mogelijkheden tot samenwerking met en ondersteuning van de buurt te zoeken. Het is dus belangrijk dat ze, voor de start, overtuigd is van de meerwaarde van de methodiek en het vertrouwen aan de procesbegeleider(s) en de buurt geeft. Het lokaal bestuur moet dus het mandaat geven om vrij aan de slag te kunnen gaan.

“Ik zou zeker zeggen: ‘Politiek, zet twee passen terug’. Het loopt mis als de politiek zich te sterk gaat moeien.” (lokaal bestuurder)

Voorwaarden: tijd en budget

Dit hele proces vraagt tijd en gaat niet altijd rechtlijnig vooruit. Men botst al eens op moeilijkheden. Procesbegeleiders moeten kunnen omgaan met verschillen of conflicten in de buurt. Het vergt geduld en competenties om ook dan verbindend te werken. Voorzie dus voldoende tijd voor het project en kies (liefst twee) procesbegeleiders met de juiste competenties. Daarnaast is er ook budget nodig om met buurtbudget te starten. Ten eerste is er het vast budget voor de buurt. In de piloottesten bedroeg dit €8000. Een tip om met het budget om te gaan: ga bij het verzamelen van ideeën niet uit van het budget, maar van het beoogde doel voor de buurt. Mooie ideeën hoeven niet veel te kosten (het budget moet niet op) en ‘dure’ ideeën krijgen misschien extra financiële ondersteuning. Ten tweede is er ook een werkingsbudget nodig om het proces te ondersteunen (bv. catering voor de werkgroep, promotie in de buurt …).

Aan de slag

Tot slot: buurtbudget, doen of niet? Van de bevraagde huishoudens die al van buurtbudget hoorden, raadt 67% (Olmen) tot 69% (Arendonk) deze methodiek aan voor andere gemeenten. De methodiek is dus zeker het proberen waard. Het kan bijdragen tot meer zorgzame buurten en zet in op participatie van burgers aan het lokale beleid. Al zeggen we er graag bij: participatie dreigt soms een modewoord te worden, als iets wat lokale besturen koste wat het kost moeten doen. Niet alle opdrachten vragen echter om deze sterk uitgesproken vorm van participatie. Net zoals een goede dj niet alle liedjes laat kiezen door het publiek, gaat hetzelfde op voor besturen: soms is participatie zinvol en nodig, soms vraagt besturen ook om het uitvoeren van, niet altijd even populaire, beleidsbeslissingen (Renson, 2017).

Denk- en doeboek

Interesse om aan de slag te gaan met buurtbudget? Het ‘denk- en doeboek’ geeft meer informatie, inclusief een draaiboek. Je kan het bestellen via https://www.politeia.be/nl/publicaties/219663-buurtbudget.

Auteurs

Dorien Gryp, Joke Coussement, Leen Heylen, Liesbet Lommelen. De vier auteurs zijn verbonden aan Vonk3, Thomas More Hogeschool. Dit artikel verscheen in het septembernummer van TerZake Magazine, ons tijdschrift over burgerparticipatie en lokaal beleid.

Referenties

  • De Bruycker, A. (2017). Echt geld, echte macht. Maar voor wie? Gevonden op: https://demos.be/sites/default/files/reflectietekst_begrotingsparticipatie_-_demos_vzw.pdf
  • De Rynck, F. & Steyaert, S. (2019). De participatieve omslag. Onze democratie in transitie. Leuven: Acco. 
  • De Wakkere Burger (2019). Echt geld, echte macht! Burgerparticipatie in Vlaanderen.
  • Pröpper, I.M.A.M. (2009). De aanpak van interactief beleid: elke situatie is anders. Coutinho 2001, 3e herziene druk.
  • Renson, T. (2017). Volksvertegenwoordiging in de participatieve democratie: u zaagt, wij paaien? In: Res Publica 1. (p.91-102): UGent.
  • Renson, T. (2018). Baart Antwerpse Burgerbegroting betere burgers? In: Samenleving en Politiek 2. (p. 58-66): UGent.
  • Vandeurzen, J. (2018). Zorgzame Buurten. Inspiratienota. Brussel: Agentschap Zorg en Gezondheid.

 

Lees ook