Hoe heb jij het afkondigen van die lockdown beleefd, vanop je stoel als participatiemedewerker?
Els De Pauw:
In Lokeren maak ik deel uit van de dienst communicatie. Corona is bij mij dus echt superhard binnengekomen (lacht). Binnen onze dienst hadden we de taak om onze burgers zo goed als mogelijk te informeren over de coronamaatregelen. Daarnaast namen we ook de nodige initiatieven om het sociaal engagement bij onze burgers te promoten, door wat ludieke filmpjes te verspreiden bijvoorbeeld. En dan moesten er natuurlijk ook heel snel keuzes gemaakt worden over verschillende participatietrajecten. 

Vertel eens!
De Pauw:
Onze belangrijkste beslissing was om de lopende participatietrajecten toch zoveel mogelijk uit te voeren. In het begin was dat wel met een klein hartje, moet ik toegeven. ‘Welke burger zit nu te wachten op een participatietrajectje tijdens zo’n crisis’, dacht ik? Maar wij zijn eigenlijk enorm verrast door het enthousiasme van onze burgers. Op ons participatieplatform zien we elke week nog altijd 100 nieuwe gebruikers verschijnen. Dat is enorm. We hadden onszelf beloofd dat we de champagneflessen zouden laten knallen als we een bepaald aantal gebruikers zouden halen. Wel, aan het begin van de Coronacrisis bereikten we dat aantal. Nu, een achttal weken later, zitten we zelfs bijna aan een verdubbeling van dat streefcijfer. We ontvangen ook veel fijne reacties van mensen, die aangeven dat ze blij zijn om in deze tijden mee te schrijven aan een positief verhaal in hun stad. Als er dus nog besturen zijn die twijfelen, kan ik alleen maar zeggen: ‘Durf je processen uit te voeren, zelfs als je onderweg enkele horden tegenkomt!’  

Hoe hebben jullie de participatietrajecten aangepast aan de nieuwe realiteit, waar alle fysieke afspraken verboden zijn? 
De Pauw:
Voor het participatietraject m.b.t. de herinrichting van een park bijvoorbeeld zouden we allerlei stadsgidsen inschakelen voor een wandeling om het park en de plannen wat concreter te kunnen voorstellen. Als alternatief hebben we met een aantal teamleden een digitale wandeling uitgebouwd. Niet dat we per se een professionele filmploeg in huis hebben. We hebben vooral zelf wat geknutseld (lacht). Maar het resultaat mocht er echt wel zijn. Zo heb ik de twee betrokken schepenen gevraagd om een kort filmpje te maken over het park. De schepen van ruimtelijke ordening deed de visie van de stad rond stadsontwikkeling uit de doeken en de schepen van cultuur vertelde over de geschiedenis van het park. Daarna hadden we nog beelden nodig. Eerst wilde ik dat met een drone proberen te maken, maar dat mocht toen niet. Gelukkig had ik nog wat fotomateriaal dat ik toevallig gemaakt had net voor de lockdown werd afgekondigd. Dus hebben we met het beeldmateriaal dat we al hadden, iets samengesteld. Enkele weken later, toen de maatregelen iets soepeler werden, ben ik dan zelf wat bewegende beelden gaan opnemen.

Dat klinkt alvast positief. Maar zijn er projecten waar die omschakeling moeilijker verliep?
De Pauw:
Het was quasi onmogelijk om een project rond de dienstverlening van de stad om te gooien. Om inspraak over dat thema op een goede manier te organiseren, waren fysieke bijeenkomsten cruciaal. Tegelijk was het wel belangrijk om vooruitgang te boeken in dat traject, dus hebben we noodgedwongen moeten beslissen om het traject stop te zetten. 
Daarnaast hadden we ook een traject rond de herinrichting van straten en rioleringen waar we burgers via een designworkshop de mogelijkheid wouden geven om zelf hun ideale straat in te richten. Zo’n co-creatiesessies kan je online echter niet op dezelfde manier doen. We zijn momenteel nog druk aan het brainstormen over hoe we dit verder gaan aanpakken.

Tegen welke beperkingen van online participatie loop je dan aan?  
De Pauw:
Naast het feit dat je moeilijker met mensen in de diepte kan werken, zien we dat het deelnemerspubliek op vlak van leeftijd bijvoorbeeld diverser is dan bij offline trajecten. Alleen blijft het vooral een middenklasse publiek. Andere belangrijke doelgroepen zoals bijvoorbeeld de minder of niet-digitale doelgroep bereiken we onvoldoende. We proberen dat op te vangen door brugfiguren in te schakelen. Maar ook dat is niet evident, want deze mensen zullen niet snel een papieren enquête invullen of uitgebreid hun mening geven op een online platform.
Hoe groot ons kwantitatief bereik met online tools ook is, het gebrek aan representativiteit bij de deelnemers ervaar ik toch als een gemis. Bij elk project proberen we breed te gaan met een offline component en zoeken we diepgang met een kleinere groep. Dat is dan telkens een mix van mensen uit het verenigingsleven en individuele burgers. Hopelijk kunnen we in het najaar toch nog starten met kleine groepjes van maximum vijftien personen. 

Zijn er projecten waar het ontbreken van een offline component minder problemen oplevert?
De Pauw:
Binnenkort komt er een nieuw zwembad in Lokeren. Daar willen we burgers informeren over hoe dat er uit zal zien, in welke fase van het project we momenteel zitten enzovoort. In dit geval wordt er niet echt input gevraagd, want het zou alleen over technische details gaan en dat leent zich minder tot participatie. Voor dat soort initiatieven is een online platform heel handig. 

Ook gaan we voor een wat luchtiger project experimenteren met een puur online traject. We organiseren in onze stad namelijk al 25 jaar een jaarlijkse prijs ‘De meest verdienstelijke Lokeraar’. Voorlopig is dat concept vrij stroef ingevuld: enkel de schepenen en de adviesraden kunnen mensen nomineren. Na een bevraging van de verschillende adviesraden heb ik  voorgesteld om dat concept helemaal om te gooien, zodat alle burgers online voorstellen kunnen doen. Omdat het hier minder gaat over fundamentele zaken zoals je stad vormgeven, kan dat ook enkel online.

Heeft de Coronacrisis ook voor iets nieuws gezorgd?
De Pauw:
Ja, de beheerder van ons participatieplatform bood ons de mogelijkheid om een module te installeren om vrijwilligers te matchen aan personen die hulp nodig hebben. Maar als ik eerlijk ben, moet ik toegeven dat we daar een beetje de boot gemist hebben. Al heel snel na het afkondigen van de lockdown ontstond er een facebookgroep waar Lokeraars hun diensten aanboden en mensen hulpvragen konden posten. De digitale tool kwam door de kracht van sociale media dus te laat.  Ook nu worden initiatieven eerder in de facebookpagina gezet dan dat ze de weg vinden naar ons platform.

Vinden jullie dat jammer als overheid?
De Pauw:
Goh, op zich niet. Als burgers dat onderling kunnen regelen is dat voor ons prima. Toch vraag ik me soms af of we als overheid toch niet een aanvullende dienst moeten voorzien voor die facebookpagina. Akkoord, bijna iedereen die in deze tijd digitaal mee is, zal op facebook zitten. Die mensen moeten natuurlijk niet per se naar ons platform geleid worden. Maar tegelijk vragen we ons af of je op die manier wel alle hulpvragen detecteert. 
Onlangs las ik over een leuk initiatief ergens in Nederland. Daar werden alle burgers gevraagd om iets groen voor hun raam te zetten als alles ok is. Of iets rood als je wilde dat iemand eens binnensprong. Dat vond ik super interessant, alleen vrees ik dat we als stad net iets te weinig kunnen garanderen dat alles volledig Coronaproof verloopt.

Denk je dat besturen dankzij deze periode meer zullen overschakelen naar online participatie? 
De Pauw:
De sterktes van online participatie zijn tijdens Corona heel duidelijk geworden. Het is heel laagdrempelig: burgers kunnen op elk moment meedoen, met elk toestel en over welk project dat ze maar willen. Als je een interessant project ziet staan, heb je maar enkele seconden nodig om je mening te geven. Ook zijn online platformen enorm handig om als bestuur je communicatie bij te sturen als er dingen veranderen. Als je dat allemaal via brieven en dergelijke moet doen, ben je lang bezig (lacht). 

Maar ondanks die duidelijke voordelen en de nuttige online experimenten, blijf ik toch hameren op het belang van een online én offline combinatie. Als je enkel online werkt, zal je niet op dezelfde manier in de diepte kunnen werken. Tussen de zender en de ontvanger van de boodschap blijft toch een scherm zitten, en dat hindert de communicatie toch een beetje, hoe je het ook draait of keert. In het verleden heb ik lang als jeugdconsulent gewerkt en ook daar waren mijn beste ervaringen op vlak van participatie offline. Als je echt iets wil realiseren als overheid, moet je aan draagvlak werken. En alleen online is dat veel moeilijker. Je moet als bestuur ook kunnen aanvoelen in hoeverre mensen mee zijn en daarop inspelen.

(Ben Eersels)

Dit artikel verscheen in het juninummer van TerZake Magazine.

Lees ook