Participatie is noch voor Arendonk als Balen een vreemd begrip. Zo zijn er vandaag in Arendonk goed functionerende adviesraden, experimenten met wijkbudgetten en informatievergaderingen. Balen op zijn beurt zet via een outreachende aanpak sterk in op een dialoog met de burger en heeft naar eigen zeggen al heel wat ervaring met participatie-experimenten. Toen Vormingplus Kempen bij hen kwam aankloppen om mee te stappen in het buurtbudget-experiment waren ze dan ook meteen enthousiast. Geen van beide gemeenten ging ooit al zo ver in participatie. “Voor het eerst legden we het beslissingsrecht volledig in handen van de burgers”, zegt Hanne Weckx, als vrijetijdsbemiddelaar verantwoordelijk voor het traject in Balen. “De vrijheid die daarmee gepaard ging was écht nieuw voor ons.”  Het was een stap in het duister, maar één met resultaat. Al doende werden ze, voor de kleinere gemeenten althans, pionier van een inspirerende methodiek om burgers en bestuur dichter bij elkaar te brengen.

Wat was jullie rol precies in dit traject?
Weckx:
Zelf sta ik als ambtenaar sowieso dicht bij onze inwoners, dus ik werd al snel verantwoordelijk gesteld voor het project. Ik kom bijvoorbeeld veel in contact met anderstaligen en mensen die het wat moeilijker hebben. Mijn rol was om het proces in goede banen te leiden, te waken over een constructieve dialoog en gedragen beslissingen. 

Hendrickx: Als burgemeester heb ik dit traject vanop een afstand gevolgd. Ik kreeg op regelmatige basis feedback van onze seniorenconsulenten van het Sociaal Huis, verantwoordelijk voor het traject in Arendonk. Zij waren ook betrokken bij (H)echt Arendonk, een project rond eenzaamheid waar mensen die hulp willen bieden worden gematcht aan mensen die hulp nodig hebben. Mijn rol was veeleer pragmatisch: over het budget en de timing waken. Inhoudelijk moest ik afstand nemen.

Afstand nemen

Afstand nemen en burgers vertrouwen geven is, zo horen we wel vaker, één van de grootste uitdagingen voor gemeenten die participatief aan de slag gaan. Hoe zat dat precies bij jullie?
Hendrickx:
Ik ga er geen doekjes om winden. Ik heb er erg mee geworsteld. In het begin had ik sterk de neiging om zelf knopen door te hakken. Met welke ideeën kunnen we wel en niet verder? Maar dat was natuurlijk de bedoeling niet. Ik heb moeten leren zeggen ‘doe maar’ en vertrouwen geven aan de burgers. Het is niet aan mij, maar aan de burgers om te beslissen wat wel en niet goed is voor de wijk. 

Weckx: Dat klinkt herkenbaar (lacht). Ik vond het zelf ook moeilijk om tijdens bijeenkomsten de dingen op zijn beloop te laten en mijn mond te houden. Ook voor ons bestuur en de collega’s was het niet gemakkelijk. Ze waren het niet altijd eens met de keuzes die er werden gemaakt en dat botste wel eens. Het heeft even geduurd voor iedereen zijn weg hierin vond. Tegelijk stonden onze inwoners in het begin ook sceptisch tegenover het idee. Mogen we echt beslissen? Is er geen addertje onder het gras? Gelukkig kregen we bij dit alles begeleiding van Vormingplus.

Wat heeft de buurt concreet gerealiseerd in de buurt met de 8000 euro die jullie ter beschikking stelden? 
Hendrickx:
Stuk voor stuk initiatieven die inzetten op ontmoeting. Er werden een aantal banken op strategische plaatsen neergezet, verkeersremmende constructies benut met plantenbakken en moestuintjes. Ook kozen de bewoners een plek om een petanque veld aan te leggen. Wij voerden vanuit de gemeente de ideeën van de burgers uit en zij gaan er tot op de dag van vandaag verder mee aan de slag. Op vraag zorgen wij voor het nodige materiaal. We zijn er in geslaagd om het eigenaarschap bij de buurt te leggen en dat is leuk.

Weckx: Bij ons werd van het mooie Pastorijgebouw in Olmen, de gekozen buurt, een ontmoetingsplek gemaakt. Zo werd er onder meer een tent met banken neergezet, een Wilgenhut gebouwd voor kinderen en een wandelroute uitgestippeld voor wandelliefhebbers. De tent staat er nog, maar in tegenstelling tot Arendonk is het niet zo dat een groepje burgers nog regelmatig samenkomt om de projecten verder vorm te geven.

Heeft dit traject iets heeft teweeg gebracht in de gemeente?
Hendrickx:
Een effect zien we vooral in de buurt waar het traject heeft plaatsgevonden. Vooroordelen over elkaar werden opzij geschoven. Ook zijn er een aantal mensen voor een stuk uit de eenzaamheid gekomen. Mensen met een laag zelfbeeld hebben via dit traject terug een doel en betekenis gekregen. Het besef is gegroeid dat als je iets doet voor anderen, je zelf ook veel terug krijgt.   

Weckx: Ik sluit me daar bij aan. Zo’n project kan individueel erg veel betekenen voor een deelnemer. Je hebt een reden om naar buiten te komen en het gesprek aan te gaan met je buren. Daarnaast wordt het door de mensen ook gewoon erg geapprecieerd dat je als gemeentebestuur tijd en moeite wil steken in zo’n project. Het toont dat je open staat voor wat inwoners te zeggen hebben en dat je mee gaat met je tijd. 

Hendrickx: Tegelijk heeft dit experiment ons geleerd om vertrouwen te geven in het samen realiseren. Vandaag durven we als gemeente ambitie te tonen voor de toekomst. We willen dit traject dan ook herhalen in andere wijken. Ook maken we, met oog op het toekomstpact Kempen2030, elk jaar 50.000 euro vrij om samen met burgers na te denken over duurzaamheid.

Ambtenaar 3.0

Heeft deze ervaring jullie kijk op de rol van een ambtenaar enigszins veranderd?
Hendrickx:
Het buurtbudget is een specifiek traject waarbij extra tijd moet worden vrijgemaakt om naar de buurt toe te stappen. Het is best een lang traject geweest met medewerkers die huis aan huis gingen bij de mensen om hen te informeren over het project. Ik denk wel niet dat het altijd op deze manier moet. Dat lijkt me (financieel) niet haalbaar in een kleine gemeente als Arendonk.

Weckx: Ik werk sowieso al veel outreachend, maar onze ervaring met het buurtbudget zet ons ertoe aan om dit in de toekomst nog meer te doen. We noemen dat zelf het ambtenaar 3.0 concept. We willen vanuit de dienst vrije tijd en onze sociale dienst nog meer uit ons kot komen en in gesprek gaan met onze burgers. Zo hopen we meer vraaggericht te kunnen werken en een vrijetijdsaanbod op maat van de buurt uit te werken. Momenteel zijn we aan het brainstormen over hoe dit idee vorm kan krijgen. Dat hier veel openheid is van ons lokaal bestuur vind ik mooi. Het maakt mijn job écht boeiend.

Zijn er zaken die jullie in de toekomst anders zouden aanpakken?
Hendrickx:
Tijdens het traject vonden een aantal terugkoppelingsmomenten plaats om de stand van zaken met het college te bespreken. Uit de evaluatie kwamen we te weten dat de deelnemers van het buurtbudget hier ook graag vertegenwoordigd waren geweest. Zij zaten met een aantal vragen en hadden graag met ons in gesprek gegaan. De volgende keer gaan we hen bij deze momenten betrekken.

Weckx: In Olmen hebben we dat ook niet gedaan, terwijl dit eigenlijk heel logisch is. Buurtbewoners op die momenten betrekken is niet alleen waardevol voor de bewoners zelf, maar even goed voor het schepencollege. Het is de ideale manier om hen te laten voelen wat er aan het gebeuren is, en hen zo mee te krijgen in het verhaal. 

Los daarvan denken wij momenteel ook na over hoe we het buurtbudget in de toekomst nog beter kunnen aanpakken. Bijvoorbeeld door een kleinere buurt te kiezen waar reeds een buurtgevoel aanwezig is. En de keuze van de buurt te laten afhangen van inwoners die intrinsiek gemotiveerd zijn om in een dergelijke project te stappen. Dat zou mooi zijn.

Continuïteit

Na een succesvol traject komt de uitdaging om de dynamiek en betrokkenheid die in de buurt is ontstaan te behouden. Hoe pakken jullie dat aan?  
Weckx:
In Olmen is er nog ontmoeting aan de pastorij, maar zonder meer. De dynamiek onder de  buurtbewoners wordt niet verder gezet via bijeenkomsten zoals in Arendonk. Wij hebben nog gezocht naar hoe we het enthousiasme bij de bewoners konden vasthouden. Maar we stellen vast dat er geen nood is aan extra ondersteuning en begeleiding van de gemeente. De mensen zijn blij met wat ze verwezenlijkt hebben, en dan moet je ook gewoon loslaten denk ik.

Hendrickx: In Arendonk onderhouden een aantal enthousiaste vrijwilligers de dynamiek die is ontstaan. Maar wat als zij er mee ophouden? Hoe zorgen we ervoor dat die betrokkenheid op lange termijn aanwezig blijft in de buurt? Op welke manier kan dat vorm en structuur krijgen? Moet er een buurtvereniging komen dat op geregelde tijdstippen samenkomt? Of wordt het dan weer té formeel? Momenteel helpt Vormingplus ons in die zoektocht naar een zekere structuur die voor continuïteit kan zorgen op lange termijn.

(Lisa Schouppe)

Dit artikel verschijnt ook in het septembernummer 2020 van TerZake Magazine.

Lees ook