Ik arriveer wat te vroeg in het museum Hof van Busleyden en maak van de gelegenheid gebruik om even rond te kuieren in het Neverending Park, de plek ‘zonder einde’ waar ideeën van Mechelaars al twee jaar gestalte krijgen. Binnen het project de Grond der Dingen spreken er in deze tentoonstellingsruimte vandaag welgeteld 83 ideeën tot de verbeelding: van een wensenboom, interculturele oventuin, rustplek in de stad, speeltuin voor mensen met een beperking tot een speakerscorner,... Aan de hand van film, tekeningen en andere creatieve kunstuitingen worden deze burgervoorstellen verwoord en verbeeld tot wat vandaag nog niet is, maar wel mogelijk kan zijn.

Opmerkelijk: de tentoongestelde ideeën in het park zijn geen vast gegeven, maar staan continu open voor aanvulling. “Naast een tentoonstelling is The Neverending Park ook en vooral een democratisch platform”, legt artistiek museumdirecteur Sigrid Bosmans uit wanneer ze naast mij komt staan. “Het is een testruimte of laboratorium waar samen op zoek kan worden gegaan naar een nieuwe manier om in dialoog te gaan: met onszelf, met andere, vaak nog onbekende groepen in de samenleving én met de bestuurders van de stad.” Kortom: via een combinatie van ontmoeting, spel en debat met een zo groot en divers mogelijk aantal mensen wordt er gezocht naar een antwoord op volgende vragen: Wat is de Grond der dingen? Hoe komen we te weten welke ideeën voor onze stad de beste zijn? Hoe beslissen we hierover? En hoe kunnen we een gemeenschappelijke grond vinden?

20.000 vierkante meter grond

Het gebeurt niet elke dag dat een theatergezelschap en een museum de handen in elkaar slaan om een groot participatief stadsproject op te zetten. Hoe is het idee precies ontstaan en hoe hebben jullie elkaar gevonden?

Willy Thomas: In mijn werk probeer ik altijd verbinding te maken met (een welbepaalde plek in) de stad. Veel andere kunstenaars doen dat ook, ieder vanuit zijn eigenheid en veelal los van elkaar. Ik wilde dit patroon doorbreken en een gemeenschappelijke basis vinden en mensen in de stad te activeren en met elkaar te verbinden. Een manier die mensen op hetzelfde grondgebied de mogelijkheid geven hun gedeelde toekomst beter in te schatten en vorm te geven. Toen ik in de opstartfase van het project toenadering zocht tot culturele en sociale partners, liet de ploeg van het museum Hof van Busleyden meteen haar interesse blijken.

Sigrid Bosmans: Wij waren op zoek naar een duurzame samenwerking die de komende jaren onze participatieve werking betekenisvol kon linken aan het Bourgondische verhaal dat weldra ons vernieuwde museum vorm zal geven. Voor ons was dit een uitstekende gelegenheid om het burgerschap tegen het licht van de geschiedenis een plek te geven. Om bruggen te bouwen tussen de stad én de mensen, objecten en verhalen die we musealiseren. De 20.000 vierkante meter die aan het eind van het traject concreet ter beschikking gesteld worden om ideeën te realiseren, maken dat verbinden van buiten en binnen zeer tastbaar.

De stad stelt voor jullie project 20.000 vierkante meter grond ter beschikking. Hoe hebben jullie dat voor elkaar gekregen?

Thomas: Met ons idee ‘Eén vierkante meter grond voor elke Mechelaar’ zijn we naar de burgemeester (Bart Somers nvdr.) gestapt. De burgemeester kon ons geen 86.000 vierkante meter geven (het equivalent van het aantal inwoners in Mechelen), maar wel 20.000. Voor zover onze eerste ontmoeting met die man. (lacht) Dat was redelijk spectaculair natuurlijk. Het betekende dat ons project meer dan een hersenspinsel zou worden, en we het écht in haar waarde konden zetten. De Grond der Dingen werd ineens een heel concreet verhaal.

Performance, ontmoeting en debat

Het resultaat is een groots participatief traject uitgestrekt over een periode van vier jaar…

Bosmans: We wilden graag dat de Grond der Dingen een eigen dynamiek zou ontwikkelen. Door het project zo lang te laten lopen, kan het groeien, kunnen gedachten rijpen, kunnen mensen elkaar inspireren,… Het toont de potentie van de stad, de wensen en dromen, de wil om zich te engageren en zich te verbinden met die stad en met elkaar.

Thomas: Voor een project met die ambitie heb je tijd nodig. Tijd om te luisteren en vertrouwen op te bouwen. Maar ook om ontmoeting te creëren en duurzame partnerschappen aan te gaan die nodig zijn om in dit opzet te slagen. Dat deden we door gedurende vijftien weken telkens één week te wijden aan een specifiek thema: wonen, werken, kunst, voedsel, inclusie, herdenken, milieu,…

Bosmans: We proberen ideeën open te breken via kunst, workshops en ontmoetingen met experten, allerhande (betrokken) burgers en bestuurders van de stad: Wat zou de stad nodig hebben om dat idee mogelijk te maken als dat zou gekozen worden? Hoe kunnen we ons beter voorbereiden? Al snel ontdek je gemeenschappelijkheden en het belang van verbinding. Opvallend ook was dat veel voorstellen al ergens leefden in de stad, zonder dat men het van elkaar wist. De ontmoetingsmomenten in het park waren dan ook ideaal om contacten te leggen. In het park zijn er overigens ook ‘parkbewoners’. Willy is daar één van. (lacht) Zij volgen alles op wat er gebeurt tijdens de week en geven dat telkens terug via een performance. Het zijn allemaal manieren waarop we mensen op een zo breed en toegankelijk mogelijke manier mee proberen laten nadenken over kwesties die hen en de stad aanbelangen.

In een participatief traject heeft men het doorgaans moeilijk om een ander publiek te bereiken dan wat we de ‘usual suspects’ noemen: de blanke, hoogopgeleide middenklasse burger. Zijn jullie er in geslaagd om ook minder vanzelfsprekende (groepen) burgers aan te zetten om een idee in te dienen voor de stad?

Bosmans: Van bij aanvang was het voor ons belangrijk om iedereen mee te krijgen in ons verhaal. En dan is het overtuigen op zich al een gans proces. We zijn dan ook op zoek gegaan naar creatieve en laagdrempelige manieren om zoveel mogelijk mensen te prikkelen met ons idee. We hebben een caravan laten bouwen aan een tandem en zijn daarmee in wijken, dorpen en op markten gaan staan. We zijn bij mensen thuis op bezoek geweest en hebben contact gezocht met organisaties die werken met mensen die doorgaans moeilijker te mobiliseren zijn voor dergelijke projecten.

Thomas: Die inspanningen leidden in eerste instantie tot 206 ideeën. De groep indieners was minder gekleurd en divers dan we hadden gewenst, maar wel ruimer dan de usual suspects. Tijdens die gesprekken kwam sterk naar voor dat veel mensen zich vandaag niet gehoord voelen en geen reden zien om aan zo’n project mee te doen. Die vaststelling is een pijnpunt voor dit verhaal, maar even goed van onze samenleving vandaag. Het idee van zich niet gehoord voelen resulteerde wel in een concreet voorstel ‘On-gehoord’, van een armoedeorganisatie. Met een spreekstoel in de stad hopen ze mensen aan te zetten zich te laten horen in de stad. Het is zeker een idee/thema waar we verder mee aan de slag gaan.

Onderhandeling van onderuit

In maart 2019 kwamen de indieners van de ideeën samen in dit park om keuzes te maken. Hoe hebben jullie dat precies aangepakt?

Bosmans: In het totaal kregen we 206 ideeën binnen. Dat zijn er heel wat. De meeste voorstellen zouden ook aan één vierkante meter niet genoeg zullen hebben. Er moesten dus keuzes worden gemaakt. Daarom wilden we mensen aanzetten om met elkaar in dialoog te gaan, te overleggen en eventueel hun vierkante meter te ruilen of te schenken een elkaar. Een onderhandeling van onderuit, als het ware.

Thomas: Onder begeleiding van Vormingplus onderhandelden en discussieerden de indieners over de voorstellen. Gelijkaardige of complementaire voorstellen leidden tot nieuwe allianties die zich samen achter één gedeeld voorstel schaarden. Zo konden we de 206 ideeën reduceren tot 83 voorstellen.

Bosmans: We waren erg tevreden over het verloop van die eerste onderhandeling. Op een moment dat ideeën gaan sneuvelen, kan de positieve vibe snel omkeren. Maar toen de resultaten op het einde van de dag werden voorgesteld, gaf de zaal een staande ovatie. Dan weet je dat het goed zit. Ook tijdens de receptie hoorde je geen negativiteit. Op dat moment wisten we dat er veel mogelijk is wanneer je iets op een goede manier aanpakt.

Deden jullie voor de totstandkoming van dit traject beroep op experten en ervaringsdeskundigen?

Bosmans: Jazeker. We hebben bijvoorbeeld twee klankbordgroepen: één met experten en één met ambtenaren. Die kunnen ons helpen bij vragen als: Hoe betrek je een breed publiek bij je project? Hoe organiseer je een geslaagde onderhandeling? Hoe zorg je ervoor dat deelnemers zich niet geschoffeerd voelen wanneer hun idee sneuvelt? Even goed laat zo’n klankbordgroep ons toe de haalbaarheid en realiseerbaarheid van ideeën beter in te schatten. Dankzij onze ambtenarengroep ontdekten we bijvoorbeeld al snel dat een oventuin in de openbare ruimte aan burgers geven niet evident is. Iemand met een gelijkaardige ervaring bij de burgerbegroting in Gent kon ons interessante tips geven over hoe we een dergelijk dilemma het best aanpakken.

Hoe zal er op het einde van de rit beslist worden welke ideeën er effectief zullen worden uitgevoerd?

Thomas: De afgelopen maanden hebben verschillende ervaren gespreksleiders, elk met een eigen methodiek, de debatten in het park geleid. Wat ons betreft is er dan ook niet één geijkte formule. De manier van besluitvorming is zelf voorwerp van debat en zal en cours de route vorm krijgen.

Bosmans: Dat we op voorhand niets hebben vastgelegd is een zwakte maar tegelijk ook een sterkte van dit project. We ontwikkelen heel het project al doende en leren constant uit wat we doen en tegenkomen. Er bestaat geen vast stramien over de onderhandeling. We nemen alles mee in de ontwikkeling van de laatste onderhandeling.

Complexiteit van de stad

In hoeverre neemt de stad Mechelen, naast de grond die ze ter beschikking stelt, een actieve rol op in het traject?

Bosmans: Uit de 83 ideeën destilleerden we 10 thema’s, die één voor één gedurende een week besproken werden. Telkens op donderdag was voor aanvang van een debat over een specifiek thema de betrokken schepen(en) aanwezig om zijn of haar beleid toe te lichten. En van daaruit met de burger in gesprek te gaan. Voor een stad is het namelijk interessant om te ontdekken hoe bepaalde participatieve initiatieven kunnen overlappen met wat er van onderuit leeft: kan de stad iets doen met het brede palet aan ideeën dat hier te ontdekken zijn? Wat kunnen de stad en burgers daarvan samen realiseren? Dat was een interessante, maar geen gemakkelijke oefening. Ambtenaren waren onzeker over de positie van waaruit zij zouden spreken en de politici waren bang om dat er dingen beloofd zouden worden die ze niet kunnen waarmaken. Terwijl een antwoord op het realiseren van de voorstellen niet per se ons doel is, maar wel die uitwisseling.

Thomas: Ik vond het contact met de beleidsmakers in dit traject een heel interessante ervaring. Ik ben tot het besef gekomen dat ik helemaal niet weet hoe een stad werkt. Waar moet je als burger naartoe als je een vraag hebt? Veel mensen weten dat niet, denk ik. De stad voert haar beleid uit, maar de band met de burger is daarbij doorgeknipt. Er is een groot gebrek aan transparantie. Zelf beleidsmakers die proberen in te spelen op wat er van onderuit leeft en speelt, botsen op drempels. Ruimte vinden om mensen toe te laten is een grote uitdaging en tegelijk een kans om in de toekomst rond te werken.

Wordt er van de burgers verwacht dat ze hun ideeën zelf realiseren?

Thomas: Ideeën die aansluiten bij welbepaalde beleidskeuzes zal de stad (hopelijk) mee helpen realiseren. Wanneer dit niet het geval is, zullen wij de uitvoering voor onze rekening nemen. De grond is ten slotte van ons. Bij wijze van test zal er in mei al één voorstel worden gerealiseerd: ‘Tipi’s Mechelen’, een houten tipitent waarin aan de hand van houten boekjes verhalen worden verteld in alle talen die Mechelen rijk is. De realisatie gebeurt met steun van de provincie, Thomas More en bijdragen van privésponsors.

Nieuwe dialoog

Wanneer zal dit project voor jullie echt geslaagd zijn?

Bosmans: Ik zou graag zien dat er een nieuw soort dialoog ontstaat tussen burgers en beleidsmakers. En dat van daaruit de verzamelde ideeën voor de stad in goede verbondenheid kunnen worden gerealiseerd.

Thomas: Mochten we er in slagen om een kleine ruimte in het beleid vrij te houden voor burgers die een engagement willen opnemen in de stad, dan ben ik een tevreden man.

(Lisa Schouppe)

 

www.degrondderdingen.be - www.theneverendingpark.com

Lees ook