Dat de adviesraden kritiek krijgen, is geen nieuws. Ze zouden te veel organiseren en te weinig adviseren. De inhoudelijke kwaliteit van hun adviezen en voorstellen zou ook niet altijd even sterk zijn. Ze zouden te veel verenigingsraden zijn en te weinig aandacht hebben voor een breed en divers publiek. Heel wat lokale besturen overwogen dan ook sterk om – al dan niet geremd door wetten en decreten – hun hele adviesradenstructuur ingrijpend om te gooien.

Plus en min

Die adviesraden botsen natuurlijk op een aantal bestuurlijke en maatschappelijke evoluties. Gemeentediensten professionaliseerden sterk de voorbije decennia. Regelgeving en procedures werden complexer. Ondanks het stijgende opleidingsniveau van de burgers, wordt het zo toch minder evident voor deze raden om een meerwaarde te betekenen. Burgers nemen vandaag vooral korte en wissende vrijwillige engagementen op. Ook dat staat haaks op het permanente karakter van de raden. Ook bottom-up burgerinitiatieven passen vaak niet binnen deze structuren. Bovendien bestaan er ondertussen allerlei andere (digitale, eenmalige…) participatievormen die meer aanspreken. Adviesraden zijn in de praktijk dus bijna nooit een weerspiegeling de bevolking.

Toch blijft er een potentieel aanwezig. In die raden zitten toch ook steeds heel wat geëngageerde mensen met heel wat ervaring, terreinkennis en een breed netwerk. Bovendien vormen ze ook een permanent beschikbaar klankbord voor nieuwe beleidsinitiatieven. Uit die plus- en minpunten distilleerden we een nieuw toekomstbeeld.

Toekomstbeeld

We pleiten alleszins om een kern van actieve bestuursleden en andere voortrekkers zeker te behouden. Hun ervaring en kennis laat de adviesraad toe om zowel terug als vooruit te blikken op het lokale beleid. Zij volgen het beleid permanent op en kunnen de werking coördineren. Die ‘centrale as’ nemen we dus mee in ons toekomstbeeld (zie schema). Een voorbeeld uit Herentals vertrekt van een aantal ‘strategische ateliers’ die de organisatorische spil vormen voor een brede, flexibele advisering.

Open en flexibele structuur

Rond die kern kan men creatieve structuren en werkvormen organiseren. Vandaag hebben vele adviesraden statuten die strikt aflijnen wie mag deelnemen, hoeveel niet-georganiseerde leden toegelaten zijn… Dat is geen goed idee. Integendeel, de raden mikken beter op brede en ook tijdelijke betrokkenheid. Waarom geen open algemene vergadering? Waarom geen thematische debatavond open voor iedereen? Waarom geen werkgroep met relevante buitenstaanders? Waarom geen specifieke profielen of doelgroepen actief benaderen? Waarom geen bevraging? Waarom geen open oproep naar alle inwoners die belangstelling hebben voor de adviesraad? De Mechelse Ouderenraad deed bijvoorbeeld zo’n open oproep: alle geïnteresseerden konden zich aanmelden en hun interessevelden aanduiden. Zo kan men hen voor de juiste thema’s aanspreken. En ook in Herentals mikt men op brede en open participatie via wisselende werkvormen.

Alleen met zo’n open en flexibele structuur kunnen adviesraden ook in de toekomst relevante participatiekanalen blijven – voor verenigingen, organisaties en individuele belangstellenden. 

Inhoudelijke diepgang

Naast een soepele, open structuur is ook inhoudelijke diepgang belangrijk. Vandaag worden adviesraden vaak gevraagd om snel te reageren op nieuwe – vaak bijna afgewerkte – beleidsinitiatieven. Dat kan beter. Raden zouden zeker belangrijke dossiers beter moeten kunnen voorbereiden. Het is buitengewoon zinvol dat de raden op voorhand zicht hebben op de ‘bestuurskalender’: Welke plannen heeft het beleid in de nabije toekomst? Welke werken en investeringen staan op stapel? Overleg daarover met het beleid is zinvol. Maar ook: Wat leeft er bij de verenigingen? Welke noden zijn acuut in de samenleving? Ook naar input vanuit de basis moeten raden actief opsporen.  

Retroplanning

Wanneer de prioritaire aandachtspunten bekend zijn, kan de adviesraad een retroplanning maken. Wanneer moeten we klaarstaan met onze voorstellen? Welke tussenstappen moeten tegen dan zetten? Zo kan de adviesraad ‘mee-denken’ over deze belangrijke dossiers: zich informeren, een thematische werkgroep opstarten, externe deskundigen of doelgroepen aanspreken,…  Bij een thematisch denkgroepje kunnen we dan ook  buitenstaanders betrekken die iets zinvol te vertellen hebben over dat thema: sterke adviezen vol creatieve ideeën en sterke argumenten.

Nauwere uitwisseling

Aangevuld met een betere zichtbaarheid van de adviesraden en een nauwere uitwisseling – en zelfs samenwerking – met andere lokale raden, zijn er waarschijnlijk genoeg ingrediënten voor een vernieuwde dynamiek.

Meer info op https://adviesraden.home.blog/

Lees ook