Stok achter de deur

Artikel 194 van het ‘oude ‘ Gemeentedecreet stelde: “Als het college van burgemeester en schepenen of de gemeenteraad nalaten in rechte op te treden, kunnen een of meer inwoners in rechte optreden namens de gemeente, mits zij onder zekerheidstelling aanbieden om persoonlijk de kosten van het geding te dragen en in te staan voor de veroordeling tot schadevergoeding of boete wegens tergend en roekeloos geding of hoger beroep die kan worden uitgesproken.”

Anders gezegd, tot einde 2018 hadden inwoners uit een gemeente een juridische stok achter de deur tegen hun lokaal bestuur, wanneer dat - al dan niet bewust – naliet om op te treden tegen een onwettige situatie. De betrokken burgers droegen wel zelf de financiële risico's verbonden aan de rechtzaak. Kritische burgers trokken in het verleden bijvoorbeeld al naar de rechtbank tegen sloop van woningen in het polderdorp Doel en tegen het zonevreemde klooster op het koninklijk domein in Opgrimbie. Ook rechtspersonen uit de gemeente kunnen trouwens naar de rechtbank stappen. 

Ter info: Een dergelijk initiatief dient in beginsel het algemene belang - niet het eigenbelang van de initiatiefnemers. De rechtszaak beschermt immers de belangen van de gemeente tegen het 'stilzitten' van de lokale beleidsverantwoordelijken. 

Schrapping geschrapt

De Vlaamse overheid schrapte dat bewuste artikel 194 omdat het over een verouderd principe zou gaan uit een tijd waarin gemeentebesturen niet durfden optreden tegen vooraanstaande inwoners - lokale baronnen en zo. Er zouden vandaag ook voldoende andere participatie- en beroepsmogelijkheden bestaan voor burgers. Bovendien, argumenteerde de Vlaamse overheid nog, zou het onverantwoord zijn dat de beslissing van een democratisch orgaan om geen vordering in te stellen, kan worden omzeild door een individuele inwoner. 

Het Grondwettelijk Hof veegde deze overwegingen van tafel en vernietigde de opheffingsbepaling uit het Decreet Lokaal Bestuur. Het arrest (nr 129/2019) bepaalt "dat artikel 577, 50°, van het bestreden decreet dient te worden vernietigd in zoverre het artikel 194 van het Gemeentedecreet opheft. […] Door de vernietiging van de bestreden bepaling herleeft artikel 194 van het Gemeentedecreet. Zoals het Hof reeds in zijn arrest nr. 9/2014 heeft gepreciseerd, dient die bepaling aldus te worden geïnterpreteerd dat de inwoners alsnog in rechte kunnen optreden indien de gemeente na de ingebrekestelling slechts een rechtsvordering pro forma instelt. Het komt aan de rechter bij wie de zaak aanhangig is gemaakt, toe de door de inwoners ingestelde vordering pas onontvankelijk te verklaren nadat hij heeft vastgesteld dat de door het college of de gemeenteraad ingestelde vordering ontvankelijk is en relevante middelen bevat of dat het college of de gemeenteraad niet abusievelijk afstand van geding heeft gedaan noch een nadelige dading heeft gesloten”. 

Samengevat: De regel uit het gemeentedecreet is weer van kracht. Burgers kunnen weer in plaats van hun lokaal bestuur naar de rechter.

 

Provincie

Ook voor de provinciebesturen schafte de Vlaamse overheid deze mogelijkheid af. Ook hier volgde een klacht bij het Grondwettelijk Hof én ook in deze zaak werd de afschaffing vernietigd.

 

Lees ook