Aanvraag met naam en adres

Een aanvraag tot openbaarmaking gebeurt schriftelijk: via een brief, via een e-mail of - indien beschkbaar - via een webformulier. Deze aanvraag moet vanaf nu steeds de naam en het adres van de aanvrager vermelden. Een e-mailbericht dat alleen het mailadres bevat, volstaat niet langer. Deze ingreep moet misbruik van de openbaarheidsregeling, bv. aanvragen met fictieve namen, voorkomen.

Daarnaast moet de aanvraag uiteraard ook de informatie bevatten die nodig is om het gevraagde bestuursdocument te identificeren. Samen met de keuze of men inzage of een kopie vraagt.

De aanvrager moet daarbij in beginsel geen belang aantonen, behalve bij uitzonderingen zoals de bescherming van iemands privacy.

Aangepaste antwoordtermijnen

Het Bestuursdecreet wijzigt ook de bestaande termijnen waarbinnen de overheid een openbaarheidsaanvraag moet behandelen. Tot voor kort had de overheid 15 dagen om te beslissen over de aanvraag en 30 dagen om die beslissing uit te voeren. Die eerder ingewikkelde regeling is nu teruggebracht tot één termijn van 20 kalenderdagen voor beslissing en uitvoering. In principe moet een burger in minder dan 3 weken toegang hebben tot de gevraagde informatie. Uitzonderlijk kan de overheid deze termijn verlengen tot 40 dagen mits de nodige motivering (bv. moeilijk en omvangrijk opzoekingswerk).

Meer info

Lees ook