Waarom zou een overheid aan begrotingsparticipatie willen doen?

Wouter Van Dooren: We zien drie doelstellingen terugkeren bij overheden: activering, input en burgerschap. Op Vlaams niveau stelden we dat input verzamelen waarschijnlijk de meest haalbare doelstelling is, want om burgerschap te versterken moet je ook echt kunnen dialogeren op kleine schaal. Dat betekent dan weer dat burgerschap versterken juist een heel interessante doelstelling kan zijn voor kleinere besturen. Misschien slagen kleine gemeenten er beter in om zowel input als burgerschap binnen één project te definiëren, omdat ze kleinschaliger kunnen werken.

Participatief begroten kan ook spillovereffecten hebben, bijvoorbeeld omdat stadsdiensten gedwongen worden om buiten hun koker te werken. Vaak snijden de projecten die uit een burgerbegroting komen dwars doorheen domeinen als jeugd, cultuur en milieu, waardoor verschillende diensten samen aan tafel moeten zitten. Ook daar kunnen kleine besturen vaak sneller bewegen dan de grote, omdat men elkaar beter kent. Het is hoe dan ook belangrijk om de administratie van bij het begin te betrekken. Idealiter draagt de administratie het project zelf, of met minimale externe begeleiding.

Is de kostprijs een uitdaging voor kleine gemeenten?

Van Dooren: Je zit natuurlijk altijd met een vaste kost, dat kan voor kleine gemeenten een uitdaging zijn. Anderzijds, een aantal kosten die bij grootschalige projecten opduiken, zullen misschien relatief zijn voor kleinere besturen. Er gaat best veel geld naar grootschalige mediacampagnes in steden als Gent en Antwerpen, in kleine gemeenten kan dat waarschijnlijk goedkoper. Het verenigingsleven zal misschien ook makkelijker te mobiliseren zijn. In Antwerpen is ook heel veel geïnvesteerd in het bereiken van bijzondere groepen, in meer homogene gemeenschappen zal dat minder aan de orde zijn. De begeleiding geef je meestal voor een stuk in handen van de ambtenaren, wat mij ook een goede zaak lijkt. Je moet er wel voor zorgen dat die ambtenaren serieus aan het project kunnen werken, dat is waarschijnlijk moeilijker voor administraties van beperkte omvang.

Wat natuurlijk ook speelt, is hoeveel van de totale begroting men vrijmaakt. In ons onderzoek berekenden we het budget per inwoner van verschillende burgerbegrotingen. Bij Gent en Antwerpen was dat 5 of 6 euro per inwoner. Als je dat vertaalt naar een gemeente met ongeveer 10.000 inwoners, kan je daar niet veel mee aanvangen. Bij kleinere gemeenten zal het bedrag per inwoner dus waarschijnlijk wat hoger moeten liggen. Of je legt thematisch beperkingen op, zodat projectvoorstellen die het volledige budget zouden opslokken – denk aan publiek domeinaanleg – niet in aanmerking komen.

Jullie halen ook aan dat deelnemende burgers hun lokale bias moeten kunnen overstijgen. Zal zoiets gemakkelijker zijn in kleine gemeenten?

Van Dooren: Die lokale bias is een moeilijk gegeven, want anderzijds wil je ook dat mensen opkomen voor hun omgeving. Het is net omdat je iets ziet in je omgeving dat beter kan, dat je voorstellen gaat doen. Als je blijft hameren op het overstijgen van die lokale bias, zul je nooit participatie hebben, want niemand praat graag over abstracte dingen. Zo krijg je mensen niet uit hun zetel. Anderzijds mogen inwoners ook niet in een stellingenoorlog terechtkomen waarbij ze alleen projecten uit hun directe omgeving steunen. Als een project uit een andere straat dan die van jou echt beter is, dan moet je dat kunnen aanvaarden.

In kleine gemeenten waar je veel dorpen hebt kan dat moeilijk worden, misschien zelfs nog meer dan in steden. Uit ander onderzoek blijkt dat de wafelijzerpolitiek daar echt wel speelt: als het ene dorp iets krijgt, moet het andere dorp ook iets krijgen. Dat kan een moeilijke dynamiek zijn, maar dat zal gemeente per gemeente verschillen. Bij gemeenten met één kern zal het gemakkelijker gaan dan als je verschillende kleine kerndorpen hebt, ook qua organisatie.

Er zijn wel methodieken om die dynamiek te verzachten. In Parijs werd een deliberatieve ronde met een kleine groep inwoners gecombineerd met een stemronde voor alle inwoners. Tijdens die stemronde moesten inwoners stemmen op een project in hun eigen district, maar ook op een project uit een ander district, of een project dat de volledige stad aangaat. Diezelfde logica kan je in een gemeente met meerdere kernen ook hanteren.

(…)

De volledige versie van het interview met Wouter Van Dooren lees je in het decembernummer van TerZake Magazine 2018

Rapport: Naar een Vlaamse burgerbegroting? Lessen uit de binnenlandse en buitenlandse praktijk. Wolf, Rys en Van Dooren. Onderzoeksgroep Management & Bestuur, Departement Politieke Wetenschappen, Universiteit Antwerpen. Downloaden

lees meer

Lees ook