Gent is "een open en vooruitstrevende stad die haar inwoners actief wil betrekken bij het beleid, een participatieve democratie waardig”, klinkt het in de nota die afgelopen vrijdag het einde van de Gentse coalitievorming inluidde. Het nieuwe bestuur stelt een schepen voor beleidsparticipatie aan en vermeldt al enkele concrete ambities, waaronder het introduceren van een burgerbegroting, burgerkabinetten en een adviserende Staten-Generaal van de Commons.

Gent is niet aan haar participatief proefstuk toe. Zo lanceerde de stad in 2017 het burgerbudget, waarbij 1.350.000 euro werd vrijgemaakt voor projectvoorstellen van burgers. Op het einde van de rit werden 17 projecten geselecteerd door een jury (30%) en door de Gentenaren via een online stemming (70%). Pascal Debruyne, voorzitter van vzw Uit De Marge en Samenlevingsopbouw Gent vzw, volgde het traject op de voet en blikt kritisch terug. “Ik snap niet hoe je meer dan een miljoen kan verdelen onder mensen die het gewoon goed hebben. Dat is een mattheüseffect in het kwadraat”, aldus Debruyne.

Je noemt het Gentste burgerbudget een gefaald project. Wat liep er mis?

Pascal Debruyne: Wat je ziet in Gent is dat gelijkheid creëren en garanderen eigenlijk nog altijd niet het uitgangspunt is van de overheid. Zo faalt ze in haar rol als spelverdeler van gelijkwaardigheid en gelijkheid. Een burgerbegroting is een goed project om mee te experimenteren, maar natuurlijk is niet elke burger gelijk. Daarom pleitte ik op voorhand om een deel van het burgerbudget te oormerken voor kwetsbare groepen. Oormerken is geen oplossing op zich, maar het kan wel zorgen voor een confrontatie met het probleem. Als een overheid merkt dat ze die bijzondere groepen niet bereiken met hun project, zullen ze veel reflexiever omgaan met hun rol als spelverdeler.

Het Gentse Burgerbudget is er niet in geslaagd om kwetsbare doelgroepen voldoende te betrekken. Ze wisten vooraf zeer goed hoe ze dat konden rechtzetten, maar van oormerking was geen sprake, en van speciale aandacht voor die groepen ook niet echt. Ik vind het bijzonder jammer dat het burgerbudget opnieuw een signaal was dat het zonder dwangmiddelen niet lukt om na te denken over hoe je gelijkwaardigheid en gelijkheid in de praktijk omzet. Eigenlijk toont men gewoon aan dat men een stuk vervreemd is van die bijzondere groepen in de stad.

Waarom vindt de middenklasse wel zo gemakkelijk de weg naar dit soort projecten?

Debruyne: Ze spreken de taal beter en ze kennen de instrumenten die je nodig hebt om te mobiliseren en te communiceren. Elk initiatief vanuit die groep wordt opgepikt. Eigenlijk dwingen ze constant het luisterend oor van de overheid af, gewoon door hun competenties en hun netwerk. Dat zie je heel weinig bij kwetsbare groepen. Of hun specifieke competenties en connecties worden niet ernstig genomen. Ze worden niet gezien of gehoord. Als je je neerlegt bij de gangbare manier van denken over burgerschap, dan krijg je gewoon een soort reproductie van de bestaande machtsverhoudingen: de middenklasse neemt meer politiek burgerschap, en die middenklasse krijgt dan ook meer middelen om dat politiek burgerschap vorm te geven.

Gent heeft een goede reputatie als participatieve stad, maar ik vind die reputatie toenemend onterecht. De stad doet het zeer goed wat sociaal burgerschap betreft, met sociale dienstverlening van stadsdiensten en middenveld. Als het echter gaat over politiek burgerschap zie je dat er maar één groep is die echt vormgeeft aan de stad en haar toekomst. Dat is de witte, hoogopgeleide middenklasse. De meeste diensten die echt participatie organiseren zijn steeds beter uitgerust om op die groepen in te spelen. De andere groepen laat ze liggen: dat is voor andere sociale diensten, zoals Sociale Regie of voor Samenlevingsopbouw. Als ik dan het huidige voorstel zie voor meer wijkbegrotingen en meer burgerbudgetten, dan hou ik mijn hart vast. De ondersteuning van een Staten-Generaal van de Commons, een overlegorgaan tussen de verschillende burgercollectieven, is een goed voorstel, maar ook daar zit je met een enorme klassenkloof. En niemand gaat die kloof overbruggen door autonoom burgerinitiatief op te zoeken van etnisch-culturele minderheden.

Is het aanstellen van een schepen voor beleidsparticipatie een stap in de juiste richting?

Debruyne: Het is een goede stap, maar de vraag is hoe men dat zal invullen. Komt alleen de Dienst Beleidsparticipatie daaronder? Dat is toenemend een dienst die focust op sterkere bewoners en succesvolle burgerinitiatieven. Of wordt het de schepen voor de participatiemethodiekjes? De meeste methodiekjes worden ingevoerd na al te veel gemor over een gebrek aan participatie, of verschijnen opeens voor de verkiezingen. Het lijkt op een momentaan evenement, zonder langetermijnsvisie noch praktijk van partnerschap dat zich uitbouwt op wijkniveau. Een schepen zal ook een visie op participatie moeten ontwikkelen die verder gaat dan de huidige methodiekjes. Een visie die over duurzame processen gaat, over coproductie en gelijkwaardig beleid maken, en over de participatie van kwetsbare doelgroepen die ook politieke wezens zijn.

(Koba Ryckewaert)

Een uitgebreider interview met Pascal Debruyne lees je in het decembernummer van TerZake Magazine 2018

Lees ook