Als we vragen naar de voornaamste thema’s voor de komende gemeente- en provincieraadsverkiezingen aarzelt Dave Sinardet: “Een duidelijke lijn trekken is niet gemakkelijk. Steden en kleinere gemeenten zijn erg verschillend, zo ook de uitdagingen waarmee ze worden geconfronteerd. Ik verwacht wel dat het thema mobiliteit na de zomer een belangrijk item wordt. Deze kwestie kruist niet alleen verschillende bevoegdheden, het stelt ook bijna elke stad of gemeente voor nieuwe uitdagingen. Daarnaast valt het op dat een aantal nationale thema’s het politieke debat op lokaal niveau bepalen. Zo zien we nu al hoe bijvoorbeeld de hoofddoekendiscussie in steden zoals Antwerpen en Gent de thema’s integratie en identiteit opnieuw hoog op de politieke agenda plaatst.

Nationalisering van het debat

Bepaalde partijen hebben er baat bij dat gemeenteraadsverkiezingen over nationaal beleid gaan. “De N-VA is er op korte tijd wel in geslaagd zich sterk in te planten op lokaal vlak, maar de partij heeft niet overal even sterke burgermeesters en bekende schepenen”, vertelt Sinardet. “Zij zullen dus vanuit een nationale logica stemmen proberen te halen. Meer specifiek door hun focus te verleggen naar een aantal nationaal sterke figuren én door zich duidelijk te profileren op een aantal populaire thema’s zoals integratie en veiligheid."

“Een partij als de Open Vld heeft in een aantal gemeenten sterkhouders zoals Bart Somers in Mechelen of Vincent Van Quickenborne in Kortrijk. CD&V op haar beurt heeft van oudsher een sterke lokale traditie en heel wat lokale populaire boegbeelden in kleine gemeenten. Doordat zij lokaal sterk staan en het hen nationaal niet zo voor de wind gaat, is die nationalisering minder interessant voor hen”, vervolgt Sinardet. “Kortom: als nationale thema’s ook na de zomer het verkiezingsdebat blijven beheersen, zal dat niet voor alle partijen even voordelig zijn.”

Sinardet vindt de nationalisering van lokale verkiezingen wel een probleem: “Waarom hebben we aparte bestuursniveaus en aparte verkiezingen als die uiteindelijk toch steeds om dezelfde koppen en thema’s draaien?” Maar dat binnen het lokale debat een aantal concrete thema’s of actiepunten voorrang krijgt op de bredere inhoud van een partijprogramma noemt hij vaak onvermijdelijk: “Hoeveel mensen lezen een partijprogramma in detail? Het is niet zo verwonderlijk dat politieke partijen in hun campagne (lokaal of nationaal), communicatie en marketing focussen op aantal kernideeën en -dossiers waarrond ze zich profileren. In gemeenten die vaak met specifieke problematieken worden geconfronteerd zie je die dynamiek nog veel sterker.” Maar ook hier benadrukt de politicoloog dat dit van stad tot gemeente erg kan verschillen. “In grotere steden zien we partijen met uitgewerkte programma’s die heel wat thema’s bestrijken. In kleine gemeenten focust men eerder op bepaalde issues die in die specifieke gemeente veel commotie veroorzaken en waar een groot deel van de mensen van wakker ligt.

Real-life peiling

“Ook kan je deze lokale verkiezingen niet los zien van de Vlaamse, federale en Europese verkiezingen in 2019”, vervolgt de politicoloog. “Veelal komen dezelfde partijen voor de verschillende verkiezingen op met dezelfde boegbeelden. Heel wat nationale politici zijn ook lokaal verankerd.” Opvallend: bij de gemeenteraadsverkiezingen speelt de partijvoorkeur doorgaans minder dan bij de overige verkiezingen. “Een burger die normaal niet op de Open Vld zou stemmen, zal dit voor zijn gemeente misschien wel doen omdat die Bart Somers een goede burgemeester vindt. De krachtsverhoudingen tussen partijen onderling zullen dan weer vooral gemeten worden op basis van de uitslagen van de provincieraadsverkiezingen, waar minder bekende koppen opkomen. Dat wordt een soort real life peiling”

De resultaten van deze verkiezingen kunnen dus wel degelijk een invloed hebben op de resultaten in 2019? Sinardet knikt. “Een partij die nu in oktober slecht scoort, begint voor een stuk met een handicap aan de campagne voor 2019. Omgekeerd zal een partij die het nu goed doet met een boost beginnen. Ook de coalitievorming in belangrijke steden kan een nationale impact hebben, zeker in Antwerpen. Toen deze stad in 2012 voor het eerst een centrumrechtse coalitie werd gevormd, werd dit ook in 2014 doorgetrokken op Vlaams en federaal niveau. Als er vandaag opnieuw een coalitiewissel plaatsvindt, is het niet ondenkbaar dat dit ook zal worden doorgetrokken in 2019, indien mogelijk.

Particratie

En wat gebeurt er precies eens de krachtverhoudingen tussen de partijen zijn vastgesteld? In hoeverre beïnvloedt het partijbestuur de meerderheden die er na een verkiezing worden gevormd? “In een particratie als België waar politieke partijen zeer dominant zijn en de partijdiscipline sterk is, merk je hoe nationale partijen vat proberen te krijgen op die lokale coalitievorming”, vertelt Sinardet. “Maar dat betekent echter niet dat zij alleen hierover beslissen. Er is wel degelijk een lokale dynamiek waar een aantal sterke figuren in gemeenten een eigen lijn volgen zonder rekening te houden met wat de partij daarover denkt.” 

Voor Sinardet is die coalitievorming dan ook een soort wisselwerking tussen lokale dynamieken enerzijds en een meer nationale partijstrategie anderzijds. “Een aantal gemeenten zoals Tienen of Edegem kent bijvoorbeeld een meerderheid met Groen en N-VA, terwijl die partijen in een stad als Antwerpen nooit vrijwillig voor zo’n samenwerking zullen kiezen. Opnieuw merk je hier het verschil tussen een grote stad met nationale boegbeelden en een kleinere gemeente met specifieke figuren die minder afhankelijk zijn van de partijlijn.

Burgerlijsten

Opvallend ook, vindt Sinardet, is hoe participatie als thema vandaag veel prominenter aanwezig is dan in 2012. Zo komen een aantal burgerinitiatieven voor het eerst op met een burgerlijst. Ze willen via deze weg partijpolitiek tegengaan en burgerparticipatie hoger op de politieke agenda krijgen. Sinardet vindt het een interessante strategie, maar waarschuwt voor de authenticiteit van die burgerlijsten. “In Oostende komt Sp.a-boegbeeld Johan Vande Lanotte bijvoorbeeld op met een burgerlijst. Maar kan je wel spreken van een burgerlijst als die getrokken wordt door iemand die in die stad al lang politiek actief is en bijzonder sterk is ingebed in de partijpolitiek…?”

Niettemin vallen ook burgerlijsten voor Sinardet niet onder één noemer te vatten. “Ze situeren zich op een continuum dat evolueert van onafhankelijke burgers zonder enige binding met de politiek, tot een platform of marketinginstrument voor ervaren politici die zich willen heruitvinden of die gebroken hebben met hun partij. Met vele mengvormen tussen die twee uitersten in."

Experimenteren met burgerparticipatie

Ziet de Antwerpse politicoloog nog andere trends of uitdagingen rond participatie die inspirerend kunnen zijn voor nieuwe gemeentebesturen? “Het is opvallend hoe gemeenten en steden steeds vaker een participatief traject koppelen aan bepaalde projecten. Maar ook hoe experimenten zoals een burgerbegroting steeds meer weerklank vinden. Aan de burgerbegroting in Antwerpen werd bijvoorbeeld veel ruchtbaarheid gegeven. Hoewel burgers in dit geval slechts kunnen beslissen over een beperkt budget, en de impact van de burger dus relatief beperkt blijft, zijn zo’n initiatieven op zich wel waardevol.”

De stad Antwerpen vindt Sinardet echter niet altijd het beste voorbeeld van een goed participatiebeleid. “Een van de manieren waarop men de kloof tussen burger en politiek heeft proberen te dichten in de jaren ’90 was met de oprichting van districtsraden. Men bleef dus in de logica van de representatieve democratie en creëerde gewoon nog eens een extra niveau waar dezelfde partijpolitieke dynamiek ging spelen. Partijen gingen de districten onder andere gebruiken om mandatarissen te parkeren die men op stadsniveau niet kon of wou plaatsen.”

“Samen met collega Wouter Van Dooren heb ik een analyse gemaakt van de werking van de districten en die was niet zo positief. Men zou beter investeren in rechtstreekse participatie van de burger op wijkniveau en rond concrete projecten, zoals men in Gent meer gedaan heeft. Antwerpen gaat intussen ook wel wat die richting uit. De recente integratie van actiegroepen en burgerbewegingen zoals Ringland in de besluitvorming over de Antwerpse mobiliteitsknoop was dan weer wel een interessant en hoopgevend voorbeeld voor de toekomst”, besluit Sinardet.

Dit artikel verscheen in het septembernummer van TerZake Magazine.

Copyright foto: Maarten De Bouw.

Lees ook