Hoe hou ik mijn woning en energieverbruik zo betaalbaar en duurzaam mogelijk? Kan ik als boer een eerlijke prijs krijgen voor mijn producten? Hoe geraken we ooit af van die ellenlange files? En wat doen we met al onze overbodige spullen? Persoonlijke bekommernissen zetten burgers er vandaag toe aan om zich te engageren in transitie-initiatieven zoals energiecoöperaties, cohousingprojecten, zelfpluk, agro-ecologie  en allerhande deelinitiatieven. Volgens duurzaamheidsexpert Erik Paredis geven deze individuele en innovatieve acties alvast het belangrijk signaal dat onze huidige landbouw-, woon-, mobiliteit- en energiesystemen op hun grenzen botsen. “Maar om naar een duurzame samenleving te evolueren is er meer nodig”, benadrukt hij. “Dé grote uitdaging binnen de transitiebeweging is om het gedachtegoed van al deze burgerinitiatieven te vertalen naar een structurele maatschappelijke beweging. Enkel zo kunnen we onze huidige systemen vervangen door nieuwe.”

Politieke vertaling

Vandaag geloven heel wat middenveldorganisaties in het potentieel van die burgerinitiatieven. Ieder op zijn manier zoekt naar manieren om de krachten van burgers te bundelen. Maar dat blijkt niet altijd een even gemakkelijke opdracht… 
Erik Paredis:
Burgers staan niet per definitie te wachten op hulp van buitenaf. Ze geloven in de kracht van onderuit en vrezen soms dat hulp van een organisatie of een overheid hun initiatief wel eens zou kunnen kapen. Maar dat middenveldorganisaties aansluiting zoeken tot burgerinitiatieven vind ik op zich wel een positieve zaak. Vooral de aanpak en ingesteldheid is hier belangrijk. Sociale organisaties kunnen een belangrijke meerwaarde bieden door in te zetten op kennisdeling en de verbinding van bestaande initiatieven. Opdat initiatieven van elkaars ervaring kunnen leren. Goede voorbeelden werken stimulerend en zorgen al snel voor een vermenigvuldiging aan initiatieven. Maar ook en bovenal heeft het middenveld de opdracht om individuele burgeracties in een bredere context te plaatsen en politiek te vertalen: binnen welke problematiek ontstaan ze en welk ander soort beleid is er nodig? Welke oplossingen schuiven we naar voor? Waar moeten we wel en niet in investeren? Moet er regelgeving en wetgeving worden aangepast? 

Hebben middenveldorganisaties niet altijd al zo’n politieke opdracht gehad?
Paredis:
Ja, maar de uitdaging voor hen is om binnen die rol aansluiting te vinden met de nieuwe realiteit van burgerinitiatieven. En dat vraagt van middenveldorganisaties dat ze zich voor een stuk heruitvinden. In het beste geval ontstaat er een interessante wisselwerking die zaken versterkt: inspirerende lokale initiatieven tonen wat er mogelijk is én de meer gestructureerde organisaties proberen via politiek werk ruimte te creëren voor burgerinitiatieven om te groeien. Het project ‘Gemeente voor de toekomst’ van Bond Beter Leefmilieu is daar een mooi voorbeeld van. Met een netwerk van een twintigtal milieuorganisaties zetten ze in op vernieuwing. Ze ondersteunen beginnende initiatieven en verbinden ze met elkaar. Op politiek niveau zoeken ze naar de juiste beleidsvertaling die de groei van burgerinitiatieven vergemakkelijkt. 

Richting geven

Hoe belangrijk is het om de (lokale) overheid te betrekken in dit transitieverhaal? 
Paredis:
De volledige samenleving zal zich niet spontaan bewegen richting duurzaamheid. Zo’n heroriëntatie van onze samenleving roept onvermijdelijk weerstand op. De overheid heeft daarom de cruciale opdracht om een duidelijke visie te ontwikkelen: Wat willen we voor Vlaanderen bereiken tegen 2050? Gaan we voor een ecologische en rechtvaardige samenleving? Momenteel zitten we echter met een zeer weifelende overheid. Eerst stappen we uit kernenergie en dan weer niet, eerst steunen we zonnepanelen en dan weer niet. Enkel door écht richting te geven zal ze een brede groep burgers en bedrijven stimuleren om een maatschappelijke visie mee uit te dragen en mee vorm te geven. En de overheid moet daar zelf ook een voortrekkersrol in opnemen. Door bijvoorbeeld haar aankoopbeleid te veranderen. Via het invoeren van nieuwe criteria die duurzame aankopen zoals voeding en kantoormateriaal stimuleert. Of door in te zetten op autodelen in plaats van werknemers een eigen wagen te geven. Die keuzes gaan over enorme bedragen waardoor je als overheid meteen ook invloed uitoefent op de markt.


Op lokaal niveau zijn er vandaag een aantal lokale besturen die zich bewust openstellen voor transitie-initiatieven. Zijn er vanuit Vlaanderen ook hoopvolle signalen? 
Paredis:
Sinds begin dit jaar bestaat ‘Vlaanderen circulair’ , een beleidsinitiatief om de circulaire economie in Vlaanderen aan te moedigen. Dit netwerk bestaat uit een divers aantal actoren uit het middenveld, beleidsorganen, het bedrijfsleven en kennisinstellingen. Samen zetten ze in op onderzoek, kennisdeling en innovatie. Ook ondersteunen ze goede praktijken en hebben ze de ambitie die lokaal op te schalen en te verankeren. De Vlaamse overheid geeft via deze weg het signaal dat in de transitie naar een circulaire economie een diversiteit aan actoren nodig is om beleid uit te denken en uit te voeren. De uitdaging zal zijn om ook ruimte te bieden aan sociale vernieuwing en burgerinitiatieven.
Maar ook binnen het middenveld zie je zo’n brede netwerken ontstaan. Denk maar aan Transitienetwerk Middenveld, een samenwerking tussen organisaties uit verschillende sectoren. Ook zij slagen er via deze weg in om verschillende krachten te bundelen en traditionele grenzen te overstijgen. Ze doen dit door mensen te enthousiasmeren, geslaagde experimenten op te schalen en tal van verenigingen en organisaties met elkaar in contact te brengen. Ik vind dat hoopvolle initiatieven.

Ten slotte: als we over transitie spreken gaat het vaak over de evolutie naar een duurzame economie. Maar wat met burgerinitiatieven die niet binnen dat kader passen? Hoe wordt bepaald welke initiatieven je als samenleving moet ondersteunen? 
Paredis:
Vandaag wordt transitie vooral gebruikt als raamwerk om noodzakelijke veranderingen naar een duurzame samenleving te benoemen. Maar er bestaan natuurlijk ook veel groepen in de samenleving die niet geïnteresseerd zijn in die verandering, omdat ze ingaan tegen hun belangen. Dat is normaal en ook altijd zo geweest. Even goed is transitie dus een politiek verhaal van (verschuiving van) macht. Het is een proces waarin burgers streven naar een radicale en structurele verandering van maatschappij. Als je bijvoorbeeld een ander energie- of landbouwsysteem wil, dan heb je andere machtsverhoudingen en -actoren nodig. Zo werkt politiek nu eenmaal. En dat zal met transitie ook zo zijn.

Dit interview verscheen in het septembernummer van TerZake Magazine 2017.

Copyright foto: An Nelissen

Lees ook