Dat het algemeen belang enkel doorheen de democratie tot stand kan komen, daarover zijn zowel Stefan Rummens als Leonor Wiesbauer het met elkaar eens. “Het algemeen belang is niets dat zweeft boven ons, maar iets dat net rekening houdt met concrete verwachtingen en noden van mensen in bepaalde situaties. Enkel door als gelijkwaardige partners met elkaar in discussie te gaan, krijg je een beslissing die je als algemeen belang kan beschouwen”, zegt Rummens. Wiesbauer voegt daaraan toe: “Voor mij is het algemeen belang een graadmeter voor hoe ruim we als mens kunnen denken en handelen. Het is een constructie en heeft te maken met context en een hoger doel. Denk maar aan de opvoeding van je kinderen of de keuze om ecologisch te leven: al die beslissingen dienen een breder doel, maar spelen ook in jouw eigen voordeel.” 

Not In My Backyard

Nochtans wordt het eigenbelang, ook wel NIMBY genoemd, vaak gebruikt als argument tégen burgerparticipatie.
Wiesbauer:
Vanuit het eigen belang worden vaak algemene kwesties aan de kaak gesteld. Ik denk dus dat NIMBY vaak ten onrechte als een last wordt gezien. Want vaak begint het daar net bij. Wél vereist dit dat je je als burger informeert en open staat voor andere invalshoeken. Zodat je ook de moed hebt om je eigen belang, wanneer nodig, naast je neer te leggen. 
Rummens: Om bepaalde belangen op tafel te krijgen, moeten mensen nu eenmaal op tafel kloppen. Het is een manier om aan het begin van een proces zicht te krijgen op de verschillende bekommernissen. Eigen belang kan legitiem zijn omdat een bepaalde beslissing je leven onmogelijk maakt. Als de overheid of gemeenschap je eigen leefomgeving zwaar beïnvloedt, dan heb je recht om te protesteren. 

Wiesbauer: En ook niet alle burgers engageren zich vanuit een eigen belang. Peter Verhaeghe, de grote bezieler van het Antwerpse burgernetwerk stRaten-Generaal is daar het ultieme voorbeeld van. Deze man woont niet eens in Antwerpen, maar in Diest. Hij heeft enorm veel energie gestopt in het Oosterweeldossier op zoek naar de ideale oplossing voor iedereen. 

Sommigen vinden dat het probleem van NIMBY vooral de onverschilligheid is van mensen die er geen last van ondervinden. Beslissingen hebben ook op deze mensen een invloed, maar zij blijven vaak afwezig in het debat. 
Rummens:
Stel dat een gemeente een windmolen wil plaatsen in een wijk, dan zullen de meeste buurtbewoners dat niet zien zitten. Maar er is ook een breder belang van de samenleving die als geheel belang heeft bij een meer ecologische energievoorziening. Met participatie op lokaal niveau zal je vooral nimby’s bereiken. Net daarom heb je een parlement nodig om te bekijken wat een rechtvaardig compromis is: hoe compenseren we de last die bepaalde mensen hebben?

Belangenvermenging

En toch lijken beleidsmakers niet altijd te kiezen voor sterk onderbouwde en breed gedragen voorstellen die een goede oplossing lijken voor een grote meerderheid van de betrokkenen. De discussies over het denkwerk van StRaten-Generaal en Ringland zijn daar voorbeelden van. Hoe rijm je dat met het idee dat beleidskeuzes het algemeen belang moeten dienen?
Wiesbauer:
Politici zeiden altijd dat stRaten-Generaal de logica aan zijn kant had, maar dat dit haaks stond op de politieke logica. Zo zou het volgens hen een verschrikkelijk precedent zijn om burgers hun voorstel te volgen. Een verkozen regering komt namelijk niet terug op haar beslissing. De burger zal de komende verkiezingen moeten stemmen voor partijen die Ringland in hun programma hebben staan.

Rummens: Het ging om meer dan de politieke logica. Er speelden toen ook financiële en economische belangen. Ik maak me dan ook, meer dan over nimby, zorgen over bepaalde invloeden die de complexe interactie tussen actoren bemoeilijken: politici die niet open staan voor de input van het middenveld en allerhande lobbygroepen die via achterpoortjes veel meer wegen dan de burger. Ook wordt er vandaag, en vooral in Europa, erg veel belang gehecht aan technocratische expertise. Steeds meer experten claimen te weten wat het algemeen belang is en koesteren zo de illusie dat democratie en algemeen belang los staan van elkaar. Belangrijk is om die zaken zichtbaar te maken. Zijn burgers het oneens met bepaalde beslissingen, dan is het goed dat ze zich daartegen verzetten.

Welke plaats krijgen burgers in de democratie die jullie voor ogen hebben? 
Rummens:
Ik ben voorstander van het traditionele representatieve systeem waarbinnen meerdere visies naast elkaar kunnen bestaan en waarmee mensen zich kunnen identificeren. Participatieve democratie speelt daarbij voor mij een complementaire rol. Geen deliberatie door middel van een G1000 of een gelote burgerjury  bijvoorbeeld, maar veeleer een publiek debat waar middenveld en burgers aan kunnen deelnemen en zo het representatieve systeem kunnen beïnvloeden. Hoewel er uit participatieve methodieken veel waardevolle ideeën komen, blijven ze wel een black box voor diegenen die niet mee aan tafel zitten. Die grote groep burgers weet, in tegenstelling tot het debat in het parlement, niet wat er gebeurt, welke belangen op welke manier verdedigd zijn geweest en hoe de beslissing tot stand is gekomen. Het algemeen belang is een constructie en het resultaat van een breed deliberatief proces. Maar de eindverantwoordelijkheid ligt wel bij de politiek.

Wiesbauer: Ik denk niet dat er altijd evenveel gehoor is naar de burger: soms vanuit de angst dat burgers niet over de nodige capaciteiten beschikken of net omgekeerd te ‘intellectueel’ zijn. Toen wij met Straten-Generaal opkwamen voor Agenda21, kregen wij van bepaalde politici te horen: “Wie representeren jullie eigenlijk?” Ze stelden onze legitimiteit in vraag omdat we ‘maar’ met een tiental mensen waren. Maar ons aantal was niet van belang, wél wat we representeerden: een gedachtegoed in het voordeel van zoveel mogelijk mensen en het milieu. Ik vind vooral het traject om tot de beslissing te komen belangrijk. De verkozenen mogen van mij beslissen, maar dan wel over iets dat samen van bij het begin tot stand is gekomen met de burger. Bottom-up dus

Langetermijnbeleid

Over bepaalde maatschappelijke uitdagingen zoals het klimaat bijvoorbeeld kan zelf de wetenschap moeilijk een eenduidig antwoord geven. Hoe verwerven we het inzicht om het algemeen belang op lange termijn te kunnen bepalen?
Rummens:
Ik vind niet dat de politiek enkel op korte termijn denkt. Het probleem met de strijd tegen de klimaatopwarming is dat we in onze geglobaliseerde wereld nog niet de juiste politieke instellingen en structuren hebben om die zaken aan te pakken. Als wij eenzijdig CO2 gaan verminderen doen we onszelf een economisch competitief nadeel aan. De mogelijkheden ontbreken om politiek een breder perspectief in te nemen. Ecologische rechten grondwettelijk verankeren, kan een manier zijn om lange termijnchecks in te bouwen in het systeem.

Wiesbauer: Ik vroeg onlangs aan mijn studenten wat er achter de zin ‘Wir schaffen das’ schuilde. Maar niemand wist waar ik het over had. Opvoeding en onderwijs zijn belangrijk om burgers klaar te stomen om deel te nemen aan het publieke debat. Vroeger waren wij met stRaten-Generaal pioniers, maar na een halve generatie is er Ringland en worden burgers door overheden mee ingeschakeld in allerhande projecten. Een aantal steden hebben vandaag een burgerbegroting. Dat is het voortschrijden van de democratie.

(Lisa Schouppe)

Dit interview verscheen in het juninummer van TerZake Magazine.

Deel I: Participatie en representativiteit.

Deel III: Een inkijk in burgerinitiatieven en hun relatie tot het beleid.

Deel IV: Filosoferen over het belang van multi-stakeholderoverleg.

Lees ook