“Een groot aantal Nederlandse gemeenten geeft bewoners en organisaties nu de mogelijkheid om "uit te dagen", vertelt Thijs Harmsen, coördinator bij het netwerk Right to Challenge. “Het netwerk ‘Right to challenge’ is in Nederland gestart in 2014. Toen bestonden er initiatieven in twintig tot dertig gemeenten. Vandaag schatten wij dat er ongeveer zeventig gemeenten bezig zijn met het right to challenge”. Al heeft het op een aantal plaatsen wel een andere naam: buurtrechten, bewonersbod…

    

Invloed op leefomgeving

Wat zijn de grote pluspunten van dit recht om de overheid uit te dagen? Waarom zou Vlaanderen het ’Right to Challenge’ best zo snel mogelijk invoeren? 
Harmsen
: Hét grote voordeel is dat je burgers zelf meer invloed geeft op hun eigen leefomgeving. Ze kunnen zelf meer sturing geven op een manier die men lokaal zelf kiest. Amsterdam kan het Right to Challenge dus iets heel anders invullen dan Rotterdam.

(...)

 

Verdoken bezuiniging?

Burgers die overheidstaken overnemen, zeggen kritische stemmen, dat is in de eerste plaats een slinkse manier om te besparen.  Burgers mogen publieke taken overnemen omdat de overheid zelf niet meer wil investeren in die diensten. Klopt deze kritiek?
Harmsen:
Neen, een besparing is het niet. Het beschikbare budget voor een bepaalde overheidstaak wordt gewoon overgedragen naar de bewonersgroep. Die bewoners gebruiken dat budget dan om die taak op een andere manier uit te voeren. Wat natuurlijk wel kan is dat een gemeentebestuur beslist om op bepaald terrein besparingen door te voeren. Maar dat staat los van het Right to Challenge. Dat heet gewoon bezuinigen.

Als het beheer van een buurthuis 50.000 euro kost, maar de bewoners zijn ontevreden over dat beheer. Als de bewoners dat budget dan vragen omdat ze ideeën hebben over een betere aanpak, ideeën met draagvlak in de buurt… Dan kunnen die bewoners zelf bepalen hoe die 50.000 euro wordt ingezet. Onze ervaring is dat wanneer bewoners die middelen écht zelf mogen beheren, ze meer doen met datzelfde geld, dat ze kritischer zijn voor uitgaven en dat ze beter nagaan of het niet goedkoper kan.

Gratis werk?

Een andere bedenking. Is het Right to Challenge niet nefast voor de tewerkstelling? Als burgers zelf de parkjes in hun wijk gratis gaan onderhouden, dan kan een lokaal bestuur zijn halve groendienst ontslaan. Blijkt dat in de praktijk echt een risico?
Harmsen:
Deze discussie steekt ook in Nederland regelmatig de kop op. Het is dan ook een belangrijk aandachtspunt. Maar het hoeft helemaal niet te gaan over de verdringing van betaald werk. Het is ook mogelijk dat mensen net een baan krijgen om taken uit te voeren voor een bewonersorganisatie.

Bedoelt u dat de bewoners ook de werkgever worden van dat onderhoudspersoneel? 
Harmsen:
Zij zullen misschien niet de werkgever zijn, maar wel de aanstuurder van dat personeel. In de buurt van Eindhoven ontplooiden initiatiefnemers welzijnsactiviteiten in overleg met bewoners en gebruikers.  Op het moment dat ze hun plan indienden bij de gemeente, namen zij een deel van het werk over. Ook van het betaalde werk dat uitgevoerd moest blijven worden. 

Het Right to Challenge gaat dus zeker niet alleen over vrijwilligerswerk. Integendeel, ik denk dat niet gewoon niet lukt met alleen vrijwilligers. Maar die betaalde werkers zullen wel dichter moeten staan bij de bewoners. Ze zullen beter weten wat er leeft in de lokale samenleving… en ze zullen dus een betere dienstverlening kunnen bieden.

Privatisering?

Nog een derde punt van kritiek. Spontaan burgerinitiatief om overheidstaken beter uit te voeren, klinkt bijzonder sympathiek. Maar wanneer een overheid taken aan de samenleving overlaat, kunnen ook commerciële spelers in dat gat duiken. Is dit soort privatisering wenselijk? 
Harmsen:
Ook dat is een belangrijk aandachtspunt. In Engeland was dit risico duidelijk aanwezig in de ‘Localism act’: Bewonersinitiatieven moeten ingewikkelde trajecten volgen en daarbij soms concurreren met commerciële partijen om een ‘challenge’ binnen te halen. Niet eenvoudig, want de bewoners botsen dan op een kennisachterstand. 

In Nederland bestaan er ZZP’ers  - zelfstandigen zonder personeel – die misschien wel brood zien in RTC. Nu hebben een aantal gemeenten het Right to Challenge bewust voorbehouden voor burgerinitiatieven en hebben die ZZP’ers expliciet uitgesloten. Andere gemeenten laten die bedrijfjes wel toe. Die willen eens zien of ook dat werkt. 

Wij denken zelf: probeer het maar eens! Maar we plaatsen er wel een kanttekening bij: je moet er wel voor zorgen dat er voldoende draagvlak bestaat in de buurt voor een ZZP’er een overheidstaak kan overnemen.

(...)

Leren uit de praktijk

De Vlaamse overheid heeft ook plannen voor experimenten rond het ‘recht om uit te dagen’. Welke goede raad kan je geven aan onze Vlaamse ministers? Wat zijn de ‘lessons learned’ in Nederland?
Harmsen:
Er vallen zeker een paar lessen te trekken uit de Nederlandse ervaringen. Een eerste belangrijk les: Zorg dat gemeentebesturen denken en handelen vanuit het perspectief van de burger. De vraag van de burger moet centraal staan. Om met het Right to Challenge aan de slag te gaan, is een juiste houding en mentaliteit nodig bij het bestuur. Wat  hebben mensen in een bepaalde wijk of dorp nodig om goed te kunnen leven? Hoe zet ik de beschikbare middelen voor die wijk of dorp zo slim mogelijk in? En dan moeten bewoners niet altijd zelf een buurthuis gaan runnen, maar geef ze wel invloed op de besteding van het budget.

Twee, begin niet met het uitschrijven van gedetailleerde wetgeving. Leg het Right to Challenge niet zomaar op van bovenaf - zoals in Engeland is gebeurd. Een regeltje inschrijven in een wet, zoals in Nederland, en daaraan geen handen en voeten geven, is dan weer te weinig.  Maak een kaderwet die de gemeenten zelf kunnen invullen, maar waar bewoners ook kunnen naar teruggrijpen als hun gemeente niet wil meewerken. 

Wanneer burgers een buurthuis zelf willen beheren, maar hun gemeentebestuur wil niets weten van het Right to Challenge, dan moeten die burgers ergens aan de bel kunnen trekken en samenwerking afdwingen. Het Right to Challenge moet een écht burgerrecht worden, want we zien vandaag toch dat bewonersgroepen in Nederland erg afhankelijk blijven van de persoonlijke ideeën van hun bestuurders en ambtenaren. Bewoners zitten dus in een kwetsbare positie. 

Nog een derde les. Wanneer je bewoners aan het stuur zet, dan vraagt dat tijd en betrokkenheid van die bewoners. Een overheid moet dus de nodige tijd voorzien om dat in te voeren. Je hebt ook een welwillende houding nodig bij de gemeente 

(…)

Het volledige artikel vind je in TerZake 2017 nr 1

Ook interessant: Pascal Debruyne en Dirk Holemans: "Tussen droom en daad staat de Vlaamse overheid." 

Lees ook