Zelfkritisch

Wat opmerkelijk is, is dat de bevraagde burgerinitiatieven zichzelf met een kritische kijk aanschouwen. Zich éénzijdig en roepend opstellen is volgens hen niet genoeg. Er kan pas naar een burgerinitiatief geluisterd worden indien zij voldoet aan enkele voorwaarden. Het aanbrengen van een gefundeerde en gedragen boodschap is er één van. Om het met de woorden van een actieve burger te zeggen: “In de eerste plaats is het belangrijk dat je inhoudelijk sterke argumenten hebt om tegen iets in te gaan. Ik zelf ben geen roeper, ik ga mij ook pas inzetten voor iets als ik er in geloof”. Ook beleidsmakers benadrukken het belang van degelijke en onderbouwde dossierkennis. 

Toch is er meer nodig dan een goed georganiseerd burgerinitiatief om te spreken van succesvolle beleidsbeïnvloeding. Hoe sterk en gefundeerd hun argumenten ook zijn, hoe legitiem en gedragen hun streefdoel ook is, beleidsbeïnvloeding is en blijft een wisselwerking tussen spelers met verschillende perspectieven en belangen. Dat de relatie tussen burgerinitiatieven en beleidsmakers niet altijd evident is, kan je gerust een understatement noemen. Eerst en vooral leven er vanuit beleidsmakers twijfels omtrent hun onafhankelijke positie. Deze eerder wantrouwige houding voelen ook burgerinitiatieven aan: “De moeilijkheid blijft altijd om aan te tonen dat wij er niet voor onszelf zijn en dat wij ook geen partijpolitieke ambitie hebben”. Daarnaast botsten burgerinitiatieven op tegen een niet-tijdig gecommuniceerd of open beleid. Al snel belanden zij hierdoor in de positie van de underdog die soms al blaffend gehoor tracht te vinden voor zijn standpunt. 

De kunst is om deze offensieve sfeer te overstijgen. Dit vereist degelijke en constructieve burgerinitiatieven maar bovenal een omslag van een top-down beleid naar voeling met bottom-up beleidsparticipatie. De bevraagde beleidsmakers schenken zeker en vast aandacht aan beleidsparticipatie. Echter, deze aandacht gaat bovenal uit naar top-down participatievormen: wijkoverleg, bewonersvergaderingen,...Het blijft hangen in de sfeer van inspraak. Frappant is ook hun waardering voor meer doe-gerichte beleidsparticipatie zoals het uitbaten van een ontmoetingsplaats of het onderhouden van een bloemenperk.

Kennis- en netwerkdeling

Hoe verhoudt De Wakkere Burger zich nu het best tegenover deze bevindingen als ze ondersteuning wil bieden aan bottom-up burgerinitiatieven? Het antwoord bevindt zich in een gevoel dat leeft bij deze burgerinitiatieven: het gevoel “een eenzame proteststem in de woestijn te zijn”. De Wakkere Burger kan dit gevoel doorprikken door in te zetten op kennis- en netwerkdeling tussen burgerinitiatieven. Ook al zijn hun doelen van een thematisch andere orde, hun parcours naar beleidsinvloed vertoont heel wat gelijkenissen.

De burgerinitiatieven onderstrepen de meerwaarde van onderlinge uitwisseling: “Contact hebben met mensen die dezelfde ervaringen delen en hun verhaal horen zou al heel veel verduidelijkt hebben op vragen als: Wat kunnen we doen? Wat kunnen we verwachten? Wat is de termijn?”. Naast deze rechtstreekse ondersteuning wil De Wakkere Burger ook inzetten op signalering richting openbare besturen. In de aanloop van de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 plant ze een trefmoment voor zowel actieve burgers als middenveldorganisaties. Hier kunnen zij hun voorstellen voor een meer participatief beleid bespreken en bepalen. De Wakkere Burger zal deze eisenbundeling vertolken naar de bevoegde beleidsinstanties. De boodschap dat bottom-up burgerinitiatieven meer zijn dan een eenzame proteststem in de woestijn mag ook bij hen voldoende gehoor krijgen.

(Maud Peeters)

 

Lees ook