In beginsel zijn deze nieuwe decreten niet gericht tegen de betrokkenheid van burgers bij het lokale beleid. Integendeel, ze bevatten minstens een intentieverklaring dat participatie belangrijk is. Maar intenties zijn geen spijkerharde garanties. Meer autonomie voor de gemeenten en minder betutteling door de Vlaamse overheid vormen op zich ook geen probleem.  Gemeentebeleid staat dicht bij de burger en is nog erg tastbaar.

Maar wanneer Vlaanderen geen algemene regels omtrent participatie oplegt, denken we maar aan adviesraden, dan bestaat het risico dat er een ‘inspraak-ongelijkheid’ zal ontstaan tussen gemeenten. Er bestaat immers geen dwingend kwaliteitskader meer. Ongetwijfeld zal een kopgroep van participatieve steden en gemeenten blijven bestaan, maar uit het peloton zou ook een groep achterblijvers kunnen wegvallen. Veel hangt daarbij af van de mogelijkheden van de gemeente, de kwaliteit en visie van de lokale politici en ambtenaren,… Burgers, middenveld en adviesorganen zullen dus zelf alert moeten zijn en hun meerwaarde aantonen. De algemene regels uit het gemeentedecreet vormen daarbij het kader.

In 2013 schrijven de nieuwe bestuursploegen ook een eengemaakt meerjarenplan voor hun gemeente. Ook deze logica van de strategische planning houdt een uitdaging in voor ‘insprekers’: hoe kunnen we inspelen op deze beleidsplanning? Klaarstaan tegen 2013 met eigen vragen en voorstellen, lijkt dan de aangewezen strategie. Daarom stimuleert De Wakkere Burger adviesraden en verenigingsleven om een eigen prioriteitenlijst of memorandum over te maken aan de beleidsmakers (www.adviesraden.be). Voor een aantal adviesraden kan deze oefening trouwens een welkome opstap zijn van ‘doe’-raad naar ‘advies’-raad.

De invoering van de beleids-en beheerscyclus en de planlastvermindering gaat in tegen de bestaande bestuurlijke verkokering. De aparte beleidsplannen per beleidsdomein verdwijnen. Van cultuur-, sport- en andere beleidsplannen is dus geen sprake meer. Einddoel is een integrale aanpak: elementen uit het ene domein kunnen gelinkt worden aan doelstellingen uit een ander. Sportclubs kunnen bijvoorbeeld via zomerkampen een rol spelen in het kinderopvangbeleid. Meer samenhang tussen verschillende beleidsdomeinen vertaalt zich best in een betere communicatie en samenwerking tussen verschillende adviesorganen – bijvoorbeeld rond concrete dossiers. Dat zou een mooie uitdaging zijn.

Naast uitdagingen bestaan er ook bedreigingen natuurlijk. Zullen gemeentebesturen door deze bestuurlijke vernieuwing niet vooral druk bezig zijn met de eigen internet keuken? Zullen ze, met de blik naar binnen, de inbreng van de inwoners niet vergeten? Hopelijk wordt in voldoende gemeenten het nieuwe beleidsplan een even participatief werkstuk als in het verleden sommige cultuur- of sociaalbeleidsplannen.

Lees ook