TerZake: Er heerst een algemene beeldvorming dat de gemeenteraad niet goed functioneert. Enig idee hoe dat komt?
Johan Ackaert:
Dat de gemeenteraad niet goed functioneert, is wat sterk uitgedrukt, maar de voorbije jaren heeft er wel een verschuiving plaatsgevonden waarbij de beslissingsmacht vooral bij het schepencollege en de burgemeester is komen te liggen. Ik denk dat het statuut van een gemeenteraadslid in die machtsverschuiving een rol speelt. Om mee te kunnen met de complexiteit van het lokale beleid, dienen mandatarissen zich te verdiepen in allerhande dossiers. Maar dat vergt hier tijd. Omdat schepenen en burgemeester zich hier, in tegenstelling tot raadsleden, quasi als beroepskrachten bijna voltijds mee bezig kunnen houden, zit de deskundigheid vooral in het college. Daarnaast krijgt het gemeentebeleid niet enkel vorm in de gemeenteraad en het schepencollege, maar binnen een heel netwerk van instellingen rond het gemeentehuis. Bijna elke gemeente heeft ruwweg vijftig arrangementen met andere gemeenten en agentschappen. Als er al politici zijn die dit kunnen volgen, zitten die in het schepencollege en niet in de gemeenteraad.

TerZake: Wat is de rol van gemeenteraadsleden binnen dit systeem?
Ackaert:
gemeenteraadsleden kunnen via een afzonderlijke gemeenteraadscommissie de satellieten rond de gemeenten bewaken. Ze krijgen een zitpenning en zijn gemachtigd om jaarverslagen te lezen. In een aantal gevallen kan dit zeer waardevol zijn, maar ik vraag mij af of er raadsleden daar de tijd voor hebben. Daarnaast biedt het nieuwe gemeentedecreet gemeenteraadsleden de mogelijkheid om agendapunten te delegeren naar het college in ruil voor sterkere controle-instrumenten en een zwaardere plicht tot rapportering vanwege het college. Gemeenteraadszittingen zouden op die manier meer afstand kunnen doen van allerhande detailregelingen en zich meer kunnen toespitsen op visieontwikkeling en het maken van strategische keuzes.

TerZake: Is dat een positieve evolutie?
Ackaert:
De controle is in ieder geval verbeterd. Het college rapporteert meer, raadsleden hebben meer mogelijkheden tot het bezoeken van instellingen en het stellen van vragen. Desondanks toont onderzoek aan dat gemeenteraadsleden, hoe contradictoir ook, die evolutie vaak aanvoelen als een verzwakking van hun macht. Bovendien neemt dit alles niet weg dat sommige steden en gemeenten steeds meer evolueren naar een presidentieel regime met een sterke uitvoerende macht en waar gemeenteraadsleden louter nog een controlefunctie bekleden. 

TerZake: hoe kan de rol van de gemeenteraadsleden in beleidsvisie en ontwikkeling versterkt worden?
Ackaert:
Ik pleit voor een ander statuut voor gemeenteraadsleden en de mogelijkheid tot een aanzienlijke uitbreiding van het politiek verlof. Gemeenteraadsleden kunnen onmogelijk ingewikkelde strategische jaarplanningen doorgronden wanneer ze dit na hun arbeidsuren doen. Ook moeten mandatarissen de mogelijkheid krijgen om de stiel te leren. Maar nogmaals, het volgen van vormingen vraagt tijd. Als raadsleden zich in hun vrije tijd zowel moeten vormen als hun rol van volksvertegenwoordiger moeten opnemen, wordt dit zeer moeilijk. Daarnaast kan het bevattelijker maken van ingewikkelde nota’s in een goed leesbaar abstract raadsleden ook helpen. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat men in bepaalde gemeenten en steden de bundels zo lijvig maakt in de hoop dat raadsleden ze niet gaan lezen.

TerZake: Vinden gemeenteraadsleden nog voldoende de weg naar de mensen?
Ackaert:
Ik kan me voorstellen dat heel wat schepenen en gemeenteraadsleden niet staan te springen om actief burgerschap te stimuleren, want je doet op die manier een stukje machtsafstand. Als je mensen aanzet tot vormen van zelfbestuur en het nemen van initiatief betekent dat de facto een stuk machtsoverdracht. Je erkent als mandataris dat je niet de enige bent die stuurt en dat de burgers ook verantwoordelijkheid hebben. Maar na verloop van tijd zullen steden en gemeenten hoe dan ook gedwongen worden om in die richting te denken. Onze burgers worden alsmaar mondiger, het onderwijsniveau van onze bevolking stijgt. Als men op een fatsoenlijke manier wil omgaan met die steeds meer mondige bevolking, in plaats van terug te plooien op het stramien van de ‘zagende burger’, denk ik dat men de bal moet terugspelen.

TerZake: Hoe zorg je er als gemeenteraadslid voor dat burgers hun stem willen laten horen?
Ackaert:
Er zijn instrumenten die gemeenteraden de mogelijkheid bieden om wijkbudgetten toe te kennen voor bv. De organisatie van plaatselijke feestjes of de aanleg van groene pleinen. Ik vind dat belangrijker dan instrumenten die burgers rechten geven om vragen te stellen aan hun raad en petities te organiseren. Het komt erop aan dat mensen elkaar vinden, discussieren, de handen uit de mouwen steken en dat het bestuur daarmee in dialoog treedt. Bepaalde steden en gemeenten zijn reeds actief in wijken en buurten dus onrealistisch is het niet. Ontmoeting tussen de mensen neemt bovendien vanzelf een pak problemen zoals overlast en burentwisten weg. Je krijgt een basis waarmee je het beleid antennes levert van wat er leeft in de stad en de buurt. Ik zie hier een belangrijke rol weggelegd voor raadsleden. Een die veel belangrijker is dan het gebruikmaken van formele organen waar de slimste uit de straat het mag komen uitleggen. De uitdaging voor onze raadsleden is om aansluiting te vinden bij wat leeft in de wijken, om uit die informatie lessen te trekken en ze mee te nemen naar de gemeenteraad. De gemeenteraad is eigenlijk het eindstation. 

TerZake: Denkt u dat een aparte voorzitter een fundamentele wijziging was ten voordele van het democratisch debat in de gemeenteraad?
Ackaert:
Ik heb de indruk van wel. Onderzoek toont aan dat de versterking van de gemeenteraad statistisch mooi samenhangt met een ontkoppeld voorzitterschap van het burgemeesterschap. Het zou dan ook een goede zaak zijn die lijn door te trekken naar alle gemeenteraadsleden uit gemeenten waar die twee functies ontkoppeld zijn, meer tevreden. Een nieuwe voorzitter zorgt voor een eigen dynamiek en kan volop inzetten op het animeren en stimuleren van het debat, zonder ook de rol te moeten vervullen van de verdediger van het beleid van de meerderheid.

TerZake: De voorzitter maakt deel uit van de meerderheid. Is er dan niet nog steeds een gevaar van afhankelijkheid?
Acaert:
Ja, maar dat gevaar is er ook in ons parlement. De voorzitters van de Kamer en de Senaat maken ook deel uit van de meerderheid. En dan zie je dat elke voorzitter daar een andere invulling aan geeft. Er zijn ongetwijfeld gevallen waar het voorzitterschap van de gemeenteraad loyaal getrouw is aan de meerderheid. Maar er is ruimte nodig om de voorzitter zijn plaats te geven in dat geheel. Een politieke cultuur verandert niet op zes jaar tijd. Dat heeft tijd nodig.

TerZake: Ziet u de toekomst van de gemeenteraad positief in?
Ackaert:
Of gemeenteraadsleden in de gemeenteraad gelukkiger zijn, weet ik niet, maar ik zie wel dat het stadsbestuur performanter is. IK denk dat politici vandaag te veel hopen dat ze op zes jaar tijd spectaculaire veranderingen zullen kunnen bewerkstelligen. Als ik het stedenbeleid van de afgelopen acttien jaar bekijk, zie ik dat veel steden op die tijd heel wat positieve effecten hebben kunnen waarmaken. Waar vroeger het beeld van een stad veelal negatief was, zie ik nu een positieve trend. Er is bij inwoners heel wat potentieel wat participatie betreft. De mensen zijn ook tevredener. Gent had in de jaren ’70 een vrij groezelig imago. Vandaag is dat een van de leukste steden om in te wandelen en wonen. Men mag zaken niet op zes jaar tijd willen beoordelen. We zitten nu te klagen over onze gemeenteraden. Maar hoe was het dertig jaar geleden? Je had een burgemeester die dikwijls de baron was, een secretaris die de boekhouding deed van die baron en de veldwachter die zorgde dat de stropers van het wild van de baron bleven en de plaatselijke landbouwer die de putten in de weg dempte. Als je kijkt waar we vandaag staan in de gemeente, hebben we toch een fantastische weg afgelegd. 

Lisa Schouppe

Dit artikel verscheen in het septembernummer van TerZake Magazine 2012.

Lees ook