Wel moeten we dan met visie aan de slag. Een visie die echt inzet op het versterken van de relatie tussen lokale besturen en middenveld.  Maar ook met een Vlaamse overheid die verder gaat dan het steriel uitvoeren van een regeerakkoord. 

Gemeenten in transitie

Financiële, bestuurlijke en maatschappelijke veranderingen moedigen lokale besturen en middenveldorganisaties aan tot het zoeken naar nieuwe antwoorden. Gemeenten én verenigingen worden bevraagd op draagkracht en draagvlak.  

Steden en gemeenten kijken aan tegen moeilijke budgettaire jaren. En dit vraagt om keuzes maken. Voor een aantal gemeenten betekent deze oefening ook het creatief zoeken naar synergiën, binnen en buiten het eigen apparaat. Over grenzen van gemeente en OCMW heen, over grenzen van de diensten en sectoren heen. Maar sinds de verkiezingen van 2012 moest het verschroeiend vlug gaan. Soms werden in het kader van al die gemeentelijk meerjarenplannen al ingrijpende keuzes gemaakt, gedwongen door rode cijfers. Het terugschroeven van animatie in dienstencentra en ondersteuning aan verenigingen, sluiting van lokale bibliotheekpunten, het stopzetten van familiefestivals zijn maar enkele voorbeelden van beslissingen die besturen nemen om te komen tot een sluitend budgettair kader. Al deze ingrepen hebben een grote impact op het lokale sociale weefsel. Is er dan geen alternatief? Kan het lokale weefsel van burgers en verenigingen niet meer centraal staan in een gelijkwaardige verhouding met hun bestuur? Het meerjarenplan daagde uit tot een kerntakendebat, maar wellicht kan er nog een hele weg worden afgelegd in de zoektocht naar afschaffingsalternatieven. 

Verbinding met de burger en het maatschappelijk weefsel is een mooie ambitie. Toch zijn er ook veel vragen over de burgerparticipatie. Van bruggen en tunnels in de stad Antwerpen tot het al dan niet opkalefateren van het aftandse gemeenschapscentrum in een dorpje. Of over de al dan niet gewenste of gedoogde betrokkenheid van de duizenden leden van adviesraden allerhande. 

En dan… het Grote Debat voor de volgende jaren. De meeste Vlaamse gemeenten hebben een inwonersaantal dat amper 20.000 bedraagt. Gemeenten vroegen en kregen heel wat extra bevoegdheden. Daarbovenop wilden zij nog een antwoord bieden op steeds meer vragen van burgers. Hebben die kleinere gemeenten nog wel voldoende draagkracht, zo klinkt het steeds luider. Kunnen zij de lasten aan, of…. moeten ze geen werk maken van diverse vormen van schaalvergroting? 

Verenigingen in transitie

Lidmaatschapsprofielen wijzigen, onder meer door de digitalisering en het veelvuldige aanbod in de vrije tijd. En hoewel nog honderdduizenden Vlamingen vast en constant aan een vereniging verbonden zijn, zetten meer en meer vrijwilligers zich steeds minder een leven lang, 24 u op 24 u, in voor dezelfde groep. Ze kiezen soms ook voor totaal verschillende vormen van vrijwillige inzet. De ‘zap-vrijwilliger’ heeft zijn intrede gedaan. Inzet voor korte en afgebakende taken. Maar alle profielen lopen door elkaar. Een beroepsvrijwilliger van een stabiele vereniging is dikwijls ook die actieve trekker van een tijdelijke actiegroep voor verkeersveiligheid.

En dan zijn er de paperassen. Een papiertje voor dit en een aanvraag voor dat. Een nieuw verbod voor weer wat anders. Het groeit de vele vrijwilligers boven het hoofd. Combineer dat dan met de toenemende aansprakelijkheid van vrijwilligers in een samenleving die steeds meer juridiseert en we begrijpen maar al te goed dat het niet altijd even voor de hand ligt om een vereniging te zijn. 
Ook hier zijn er vragen over de draagkracht van verenigingen. In het sociaal-cultureel volwassenenwerk stellen we vast dat er stevig wordt gewerkt aan de ‘reconversie’ binnen verenigingen: van bestaande en nieuwe praktijken een gemeenschappelijk verhaal maken, inspelen op diverse lokale tendensen en behoeften,… Bij een aantal verenigingen is de omslag al volledig gemaakt, anderen bevinden zich op een kantelmoment. 

Gemeenten en verenigingen: momentum voor nieuwe verbindingen

Gemeenten én verenigingen worden dus beide bevraagd op draagkracht en draagvlak. Ook op slimme vormen van sociale cohesie en burgerschap. Soms vraagt dit nieuwe technieken en tactieken. Maar dikwijls ook gewoon om de sterktes uit beider genen te halen om hetzelfde anders te doen en andere dingen hetzelfde aan te pakken. En hoe maken we van de plan- en inspraaklasten opnieuw inspraaklusten. Hoe kunnen we daar samen beterschap in krijgen? Betekent dit dat gemeenten ook andere vormen en gedaanten moeten aannemen? En geldt hetzelfde voor een aantal verenigingen? Moeten instellingen in gemeenten meer verbanden met verenigingen aangaan, met groepen geëngageerde vrijwilligers? De bib, het cultuurcentrum, het deeltijds kunstonderwijs, de sociale en milieudiensten. Gewoon om meer met minder te kunnen doen? En hoe pakken we dit dan aan, in een win-win?

Kortom, tijd om werk te maken van een New Deal. Dat betekent samen zoeken naar én werken aan antwoorden op maat van de lokale context, gebruik maken van elkaars mogelijke sterkten en steun geven aan de zwaktes. Maar ook over de grenzen van de gemeente en de vereniging kijken...

De puzzelstukken voor een New Deal zijn aanwezig. Het Vlaams regeerakkoord gaat uit van een aantal maatregelen zoals het toevoegen van vrijetijdsmiddelen aan het gemeentefonds en het overhevelen van persoonsgebonden bevoegdheden van provincies naar gemeenten. Samen zouden ze een ernstige bedreiging kunnen vormen voor vele vormen van sociaal-cultureel initiatief. Even goed kunnen ze lucht geven aan deze beleidsomslag. De keuzes worden best wel vandaag gemaakt.

Bovendien lijken de geesten rond een ‘New Deal’ gerijpt. We stelden dit, samen met onder meer het Forum voor amateurkunsten, vast tijdens diverse bijeenkomsten van schepenen, lokale professionals, bovenlokale organisaties,…

Als je van een New Deal tussen lokale overheden en verenigingen echt werk wil maken dan zet je de volgende jaren in op volgende ankerpunten :

Het versterken en verbinden van lokale partners om te komen tot lokale oplossingen vanuit een win-win-benadering

  • Lokale autonomie en vertrouwen
  • Verbinding over de sector- en themagrenzen heen
  • Een Vlaams instrumentarium met constructieve impulsen ter ondersteuning van een New deal beleid

De zoektocht naar slimme en duurzame lokale oplossingen in financieel moeilijke tijden

Steden en gemeenten hebben nood aan nieuwe partnerships en oplossingen voor lokale noden die veel meer vertrekken vanuit een engagement van de burger. Door een alternatieve benadering van lokale uitdagingen, in samenwerking met lokaal georganiseerd initiatief, kan afbraak en afbouw vermeden worden. Zo kunnen meer burgers geresponsabiliseerd en gestimuleerd worden om ook hun steentje bij te dragen. Niet als onderaannemers of ‘instrumenten’ van het beleid -want dat is niet duurzaam-, maar als partners die samen aan oplossingen willen en kunnen werken. Lokale besturen en middenveld, ze moeten elkaar ‘terug vinden’.  Wij denken dat Vlaanderen hierin kan prikkelen en steunen.

Enkele voorbeelden: 

  • De animatie in dienstencentra staat onder druk – samenwerking met seniorenverenigingen  
  • Bibliotheek filialen dreigen te sluiten – overleg over permanentie en gebruik van de lokalen met verenigingen .
  •  …

De noden van steden en gemeenten zijn in Vlaanderen erg divers. De draagkracht van de lokale groepen binnen een gemeente is zo mogelijk nog diverser. Pleiten voor een  “One Solution Fits All” aanpak is zinloos, ga voor maatwerk op lokaal niveau. Creëer als Vlaamse overheid stimulansen voor het zoeken naar creatieve en duurzame oplossingen tussen lokale besturen en het eigen lokale middenveld, vanuit een win-win voor alle betrokken partijen. Alleen op die manier kunnen duurzame samenwerkingen vorm krijgen. Alleen op die manier vertrekt samenwerking niet vanuit een werknemers-werkgeversrelatie met vrijwilligers maar vanuit een maatschappelijk engagement. 

Phillip Blond, het brein achter de Big-Society bij onze Britse overburen, geeft als belangrijke reflectie op het Engelse model dat de bezuinigingen op de Britse gemeentelijke budgetten te snel zijn doorgevoerd, waardoor burgers geen tijd hebben gehad om lokale beslissingen aan te vechten over bijvoorbeeld de sluiting van bibliotheken en kindercentra. Ze hadden ook de tijd niet om gebruik te maken van het recht om deze voorzieningen in eigen handen te nemen. Deze valkuil moeten we in Vlaanderen vermijden. 

Daarom denken we dat Vlaanderen een rol te spelen heeft in het creëren van een kader voor nieuwe verbindingen tussen beide partners. Er is onder andere nood aan een New Deal – projectlijn: een exploratieve subsidie om samenwerking tussen middenveld en gemeente/stad te stimuleren, te ontdekken en duurzaam te maken. Een manier om tijd te kopen om lokaal te zoeken naar alternatieven. Bij het ontwikkelen van dit soort instrumenten is het belangrijk te vertrekken vanuit: 

  • Samenwerking en maatwerk: de lokale noden zijn verschillend, de oplossingen ook. Laat de vorm van samenwerking en het thema waarvoor een oplossing en/of samenwerking gezocht wordt volledig bepalen door de specifieke lokale context. Focus op de betrokkenheid van lokale groepen bij het indienen van de aanvraag. Enkel op die manier is het verhaal participatief en vertrekt het van een wederzijdse wens en ambitie om te komen tot een duurzame oplossing.
  • Beperktheid in duur: de stimulans gaat uit van een verdere implementatie op eigen kracht met hulp van het lokale middenveld. 
  • Eenvoud: geen ingewikkelde procedures, maar vertrouwen in goede intenties en partnerships. Vanuit het maatschappelijke doel omschreven.

Een tweede piste die onderzocht moet worden, is die van de regionale samenwerking. Samenwerking over de gemeentegrenzen heen is een slimme keuze om grotere regionale projecten aan te pakken en de individuele draagkracht van gemeenten en organisaties te verhogen.  De functie die provincies in dit kader vervullen, wordt in de nabije toekomst, conform het regeerakkoord, verder afgebouwd. Door het wegvallen van deze provinciale rol dreigt een lacune te ontstaan in de ondersteuning van brede samenwerkingsverbanden over de gemeentegrenzen heen. Hoe deze samenwerkingen toch verder kunnen worden gestimuleerd, wordt een uitdaging voor de volgende jaren. Een mogelijke piste is de organisatie van dertien regionale Fondsen,  beheerd door gemeenten, middenveldspelers en de vormingpluscentra om in te zetten op regionaal initiatief op maat van de regio en vanuit en de ambitie van de lokale spelers. 

De dertien regionale vormingpluscentra zouden vanuit hun kennis over de regio en hun ruime ervaring met gemeentebesturen en middenveldspelers perfecte bruggenbouwers kunnen zijn om die samenwerkingen te begeleiden. Deze centra werken los van een thematische invulling waardoor ze vlot op de specifieke noden van een regio kunnen inspelen. We kiezen hier voor een format die afwijkt van de traditionele intergemeentelijke samenwerkingen om meer flexibel te kunnen werken en meer inbreng (participatie) van middenveldpartners in het proces te integreren.  

Het zijn maar enkele voorbeelden van een impulsbeleid dat Vlaanderen kan ontwikkelen om gemeenten en middenveld te stimuleren om  vorm te geven aan nieuwe verbindingen en nieuwe lokale oplossingen. Met het oog op een sterk en betrokken lokaal weefsel en op de ambitie voor een beleid dat dicht bij de burger staat. Mogen de aangekondigde hervormingen oog hebben voor het maatschappelijk potentieel dat aan de basis ligt.  

 

(Dirk Verbist en Liesbeth De Winter, FOV)

Dit artikel verscheen in het TerZake- themanummer over de participatiesamenleving.

Lees ook