Met ‘Mijn2040’ willen burgerbeweging De Koep en Vormingplus Turnhout aan gemeentebesturen duidelijk maken dat burgers ook op een minder klassieke manier betrokken kunnen worden bij het beleid. De afgelopen jaren heeft een veranderende tijdsgeest immers geleid tot een nieuwe beleving en invulling van het verenigingsleven. Traditionele verenigingen zoals grote ledenverenigingen en adviesraden lijken het steeds moeilijker te hebben om hun plaats te vinden in die veranderende samenleving. Hun ledenaantallen blijven dalen en ze slagen er niet echt in om de toenemende verkleuring en verjonging in onze samenleving te weerspiegelen. Bovendien vinden steeds meer burgers hun gading in een andere -lossere en horizontaal georganiseerde- vorm van gemeenschapsvorming.

Minder klassieke betrokkenheid

Het traject ‘Mijn2040’ is het resultaat van een zoektocht naar een antwoord op volgende vragen: wie is het middenveld vandaag? In hoeverre hebben traditionele middenveldorganisaties nog voldoende draagvlak om het beleid te beïnvloeden? En moeten we – meer regionaal -  niet op zoek naar nieuwe vormen van participatie, die de stem van alle burgers, vertolkt naar het lokale beleid? “We willen onderzoeken of nieuwe vormen van participatie mogelijk zijn en een toekomstproject voor de stadsregio uittekenen dat participatie en samenwerking tussen burgers en bestuur een nieuwe dynamiek geeft”, vertelt initiatiefnemer Jef Van Eyck.

Representativiteit

De afgelopen maanden werd voor de grote ‘Droomdag’ van ‘Mijn2040’ dan ook prioritair ingezet op het bereiken van deelnemers die de representativiteit van de stadsregio weerspiegelen. Al snel werd duidelijk dat je om specifieke doelgroepen te bereiken drempelverlagend moet werken. Dat wil zeggen:  een plan kunnen voorleggen met een duidelijk tijdschema en concrete verwachtingen. Vervolgens moet je contact zoeken met de juiste brugfiguren “‘Mijn2040’ werd daarom geen open oproep, maar een gerichte zoektocht naar allerhande organisaties die werken rond interculturaliteit, mensen in armoede, ouderen...”, vertelt Van Eyck.

“We hebben contact opgenomen met allerhande organisaties en gepolst of een aantal mensen binnen hun doelgroep geen interesse zouden hebben om deel te nemen aan ‘Mijn2040’”, vervolgt Van Eyck. “Ook zijn we ons verhaal gaan brengen op geplande activiteiten zoals de open luchtfilms van filmfestival MOOOV in de vier gemeenten van de stadsregio. Communiceren via reguliere kanalen zoals brieven, mails, gemeentebladen, kranten en sociale media is niet voldoende als je de diversiteit aan mensen die een stad of gemeente rijk is, wil bereiken. Je moet écht op herhaalde basis contact opnemen met de juiste mensen.” 

1 januari 2041

Het resultaat van de intense inspanningen werd op 5 september concreet op de Droomdag van ‘Mijn2040’. Welgeteld 55 enthousiastelingen van diverse pluimage waren er aanwezig. Deze mensen werden onderverdeeld in zes werkgroepen, en konden de hele dag onder begeleiding dromen over de toekomst van de stadsregio Turnhout. Om de creativiteit van deelnemers te stimuleren, werd er gewerkt met foto’s, uit het verleden (1999) in confrontatie met foto’s van vandaag (2015) van exact dezelfde locatie. “Concreet vroegen we aan iedere deelnemer welk beeld de foto’s van eenzelfde locatie maar uit een ander tijdperk bij hen opwekte, alsook hoe die foto’s er binnen 25 jaar moeten uitzien”, vertelt Van Eyck. Dat maakt de kern van een dergelijk traject eveneens duidelijk: “Als je mensen op een enthousiasmerende manier stimuleert en begeleidt via een methodiek, krijg je heel wat creatieve ideeën. Je hoeft geen deel uit te maken van formele inspraakorganen of ervaring hebben met het schrijven en uitpluizen van moeilijke dossiers om het beleid te kunnen vormgeven. Meer nog: via deze methode kom je soms net sneller tot frisse ideeën die verder reiken dan nadenken over bepaalde thema’s binnen vooropgestelde beleidsgrenzen”, aldus Van Eyck.

Een selectie van ideeën werd vervolgens verwerkt in fictieve voorpagina’s van kranten, van 1 januari 2041. Daarin wordt teruggeblikt op initiatieven uit 2040, die de realisaties zijn van de dromen van burgers in 2015. Met het beeld van een moeder die haar kinderen met een op zonne-energie aangedreven taxiboot (voor 8 personen) op het kanaal naar school brengt in het bosrijke noorden van Turnhout, willen bewoners duidelijk maken dat ze hun kinderen liever niet in de drukte van een stad naar school laten gaan, maar in een rustige, groene omgeving. 

We hebben de ambitie om de dromen en de fictieve krantenvoorpagina’s van de Droomdag te bundelen in een prettige krant die we  in elke bus van inwoners van de stadsregio willen  steken. Het krantje is informatief, maar tegelijk een teaser om via een creatieve oproep nog meer mensen warm te maken om deel te nemen aan ‘Mijn2040’ en originele dromen door te sturen. In mei en juni van 2016 gaan we met een werfkeet korte interventies organiseren op populaire plekken in de vier gemeenten. Ook daar krijgen burgers de kans om te reageren op creatieve ideeën die uit de Droomdag zijn gekomen”, aldus Van Eyck

Geen oppositieverhaal

Maar hoe breng je allerhande frisse ideeën van burgers, die niet gebonden zijn aan een welbepaald thema of project, samen tot een eenduidige visie? “Niet! We sturen niet aan op een soort memorandum of eisenpakket”, benadrukt Van Eyck. “Wel gaan we na het traject de resultaten ordenen en kijken welke grote lijnen er uit komen. Hoe we dat precies zullen aanpakken, ligt nog niet vast. In het najaar van 2016 gaan we de dialoog aan met de vier gemeentebesturen, op een veilige moment dus ver weg van de verkiezingen van 2018. Wat nemen we mee: een pak dromen en concrete voorstellen van burgers, maar ook een reflectie over het traject ‘Mijn2040’.We willen hen ook vertellen waar mogelijkheden en moeilijkheden liggen om op een andere manier burgers te betrekken bij het lokaal beleid. Zelf vinden we ‘Mijn2040’ een interessant proces én een poging om het lokale participatie-denken te veranderen. Uiteraard zullen we in de daaropvolgende jaren nog elementen moeten bijschaven of weggooien, dat zien we dan wel. Belangrijk is dat het verloop van dat traject niet vastligt en er onderweg nog van alles kan gebeuren.”

De kleine schaal van deze stadsregio zorgt ook wel voor intense informele netwerken waarin verschillende verhalen en mensen met elkaar verweven zijn. Heel wat beleidsmakers blijken via  burgers die betrokken zijn geïnformeerd over Mijn 2040 Het verloop van het traject werd bovendien vooraf gecommuniceerd aan alle politici en een aantal onder hen waren zelf aanwezig op het afsluitmoment van de droomdag. “‘Mijn2040’ is dan ook geen oppositieverhaal. Meer nog, een aantal ambtenaren waren als actief burger en dus ten persoonlijke titel betrokken bij het project. Op regionaal vlak werken we met deze mensen immers ook samen in andere socio-culturele projecten.

Inspraak omdraaien

Jef Van Eyck is een man vol energie en optimisme, dat straalt van hem af. Maar wat als beleidsmakers op het einde van de rit toch niet mee willen in dit verhaal? “De geplande interactie met de besturen moet in eerste instantie een boeiend moment opleveren. Mochten de gemeentebesturen niets doen met ons verhaal, dan gaan we sowieso zelf zaken realiseren uit dit traject. We zijn bijvoorbeeld ook al aan het denken aan een aansluitend traject dat burgers stimuleert om zelf droomprojecten te realiseren. We willen de inspraak dus omdraaien: burgers hebben zelf een idee en wat kan de stad doen om hen daarbij te ondersteunen?”

“Ik heb het gevoel dat we goed bezig zijn. Uiteraard kan het zijn dat we nog tien keer op een njet botsen, maar mijn ervaring leert me -en ik sta al 38 jaar in het socio-cultureel werk- dat als je iets van iemand gedaan wil krijgen, je gewoon moet doorzetten. Het vergt geduld om te netwerken en te knutselen aan de samenleving, maar op het einde van de rit rendeert het altijd. Ik geloof echt dat je veel kan bereiken als je, zelfs met een beperkte groep, voldoende draagvlak zoekt, formeel en informeel overlegt en ideeën met elkaar afstemt, en vooral lang volhoudt. Neem nu het verhaal van Ringland in Antwerpen. Zelf al komt er geen meter Ringland, het idee is voor eens en voor altijd in de Belgische samenleving verankerd. Dat is zaaien. (lacht). Wie wanneer oogst is vooraf niet altijd duidelijk, maar dat er vroeg of laat geoogst wordt is zeker. Tenminste als je, via een breed draagvlak, constructieve ideeën aanreikt voor een betere lokale samenleving.”

 

(Lisa Schouppe)

Dit artikel verscheen in het decembernummer van TerZake Magazine 2015.

Lees ook