Hoewel ‘growfunding’ een jong crowdfundingsplatform is, heeft het al een behoorlijk parcours achter de rug. Al van bij aanvang –december 2013- onderscheidt het platform zich door middel van een stedelijke benadering. Growfunding Brussel gooit de categoriale benadering per discipline -kunst, ecologie, cultuur,…- overboord en neemt het stadsleven als uitgangspunt. Growfunding/bxl staat open voor kleinschalige en enthousiasmerende stadsprojecten: van mobiele keukens, over stedelijke interventies tot en met stadslandbouw en mini-ondernemingen. 

Stedelijke benadering

Hoe verschilt de stedelijke benadering van een categoriale?
Frederik Lamote:
Een categoriale benadering vertrekt van bestaande concepten: kunst, film, ondernemen, welzijn,...  Heel wat goede ideeën passen echter niet in dit vakjes denken. Net daarom laten we deze benadering los. Met growfunding kiezen we voor een geografische insteek. We nemen Brussel als uitgangspunt. Heel wat innovatieve ideeën en projecten borrelen op vanuit de (onder)buik van de stad: vanuit de wijken, het middenveld, vrijwilligersorganisaties en (informele) collectieven. Die focus leidt tot een engagement bij iedereen die zich betrokken voelt op een welbepaalde plek in Brussel. Het verbindt formele en informele netwerken en vormt een hefboom voor sociale cohesie en creativiteit. 

Verdoken besparing?

Sociale cohesie versterken: is dat eigenlijk geen taak van de overheid?
Lamote:
Zeker en vast. Ik zie sociale growfunding dan ook niet als een alternatief voor subsidies. Het mag geen excuus zijn voor de overheid om zich terug te trekken, maar wel een keuze om te investeren in het sociaal weefsel. Growfunding richt zich net op die kleine projecten die waardevol zijn, maar geen ondersteuning kunnen (of willen) krijgen vanuit een overheid omdat ze niet binnen de kaders passen, te kleinschalig zijn, of niet over de nodige structuren beschikken. Voor een overheid is het niet evident om kleine projecten te ondersteunen die op een hele korte termijn steun nodig hebben. Via growfunding kan dat wel.

Neem bijvoorbeeld één van de eerste projecten dat we met growfunding hebben gerealiseerd: ‘Canalpark’ aan de Ninoofse poort in Brussel. De verschillende bevoegde overheden beloven al jaren een park op die plek. Maar omwille van de institutionele complexiteit is op het terrein geen vooruitgang zichtbaar en was de plek een stadskanker. Een groep geëngageerde Brusselaars wilde de overheden tonen hoe het anders en beter kon. Op enkele weken tijd zamelden ze 6.650 euro in om een pop-up park te bouwen. Nu staan er speeltuigen, een giftbox, groentebakken,… en is er een heel nieuwe sociale dynamiek op gang gekomen rond het parkje.  

Krijgen de steungevers iets in ruil voor hun bijdrage?
Lamote:
De steungevers weten vooraf altijd welke return ze krijgen in ruil voor een inbreng van minstens 10 euro. Die return is nooit financieel. Het zijn eerder symbolische bedankjes die de steungevers betrekken bij het project. Bijna elke return bevat een uitnodiging of een kans tot ontmoeting. Los van een actieve betrokkenheid engageren die burgers zich tegelijk ook voor de realisatie van een kleinschalig, maatschappelijk project in een welbepaalde context. Hun steun houdt dus een duidelijke keuze in voor hun nabije omgeving.

Trajectondersteuning

Is er bij sociale crowdfunding een rol weggelegd voor overheden en ondernemingen? 
Lamote:
Sociale crowdfunding kan een manier zijn om bruggen te bouwen tussen ondernemingen en overheden enerzijds en het enthousiasme van mensen om zelf initiatief te nemen. Ondernemingen en overheden kunnen helpen om het maatschappelijk draagvlak voor sociale crowdfunding  te vergroten en de werking van de platformen te ondersteunen.  

Om sociale crowdfunding te doen slagen, hebben initiatiefnemers uitleg en ondersteuning nodig: hoe communiceer je over je project? Welke reward kan je bedenken? Hoe betrek je nieuwe mensen, organisaties en netwerken bij je idee? En wanneer stap je naar de pers? Een dergelijke ondersteuning is cruciaal om zoveel mogelijk mensen te binden aan je project. De overheid kan als facilitator optreden door de educatieve werking van growfunding mee te financieren en onderzoek naar sociale crowdfunding te stimuleren.

Minstens even belangrijk als het ondersteunen van de sociale crowdfunding is het aanmoedigen van burgers om te participeren aan de projecten. Dit kan door het uitreiken van fiscale attesten. Voor de burger is dat een grote stimulans. Maar ook ondernemingen kunnen participeren aan sociale crowdfunding. Dat kan via een matching fund, gefinancierd door ondernemingen en overheden. Voor elke euro die een project bij de crowd ophaalt, legt het fonds een euro bij. Die financiële hefboommultiplicator zorgt voor een veel grotere sociale impact. 

Sociale succesmeter?

Bestaat er geen risico dat vooral welgestelde mensen met een groot netwerk het vooropgestelde doelbedrag zullen kunnen ophalen voor hun project? Ook hier zal weer slechts een deel van de burgers hun stad kunnen vormgeven… 
Lamote:
Inderdaad, ook hier speelt het Mattheüseffect.  Onze ‘call for projects’ die verspreid wordt via sociale media bereikt vooral de mondige stadsbewoners. Terwijl projecten lanceren via growfunding voor iedereen mogelijk moet zijn. Momenteel lopen reeds experimentele trajecten met informele collectieven van (kansarme) jongeren en buurtbewoners in de Maritiemwijk in Sint-Jans-Molenbeek. Hierbij wordt nauw samengewerkt met  jeugdwerkorganisaties zoals Toestand vzw en JES Brussel. Het is de bedoeling om een nieuwe methodologie te ontwikkelen zodat ook mensen met minder kapitaalkrachtige netwerken hun project kunnen realiseren via growfunding. Op die manier willen we het stedelijk weefsel versterken en de netwerken van de projecthouders verdiepen en verbreden. Dat is de échte doelstelling van growfunding. 

Kijk, momenteel wordt het succes van growfunding vooral gekoppeld aan het financiële. Een project is succesvol als het minstens 100% van het doelbedrag ophaalt. Het doel van growfunding is niet enkel het ophalen van geld, maar ook en vooral het versterken van het sociale weefsel van onze samenleving. Het ‘sociale succes’ is dus minstens even belangrijk. Momenteel werken we samen de onderzoeksgroep ICT van hogeschool Odisee. De bedoeling is om een sociale succesmeter te ontwikkelen die de sociale impact van de growfunding projecten meet en zichtbaar maakt. 

De steun voor growfunding/bxl komt vanuit een grootstad. Is een dergelijke ondersteuning ook haalbaar voor kleine gemeenten?
Lamote:
Een crowfundingsplatform per dorp zal moeilijk werken. Een bepaalde mate van densiteit en schaal is nodig om een voldoende groot en gevarieerd aanbod van projecten te realiseren en over voldoende donateurs te beschikken. Maar in een regio waartoe verschillende dorpen behoren, zou het dan weer wel kunnen. In meer landelijke regio’s veronderstelt dit een bovengemeentelijke of subprovinciale ruimtelijke afbakening. Ook is het belangrijk dat er dan een lokale platformbeheerder is die de plek en het sociaal weefsel van die welbepaalde regio kent. In de toekomst hopen we vanuit growfunding lokale platformen in Vlaanderen en Wallonië te lanceren. Meer eerst moet growfunding/bxl er staan. 

Een middel, geen doel op zich

Naast Brussel heeft ook de stad Gent een eigen crowfundingsplatform. Wat vindt u van dit initiatief?
Lamote:
De toekomst moet nog verder uitwijzen wat het potentieel is van crowdfunding Gent. Maar een platform zonder trajectondersteuning heeft volgens mij weinig slaagkans. Die ondersteuning is nodig om mensen op te leggen hoe je een draagvlak kan bouwen, hoe je best communiceert, hoe je mensen kan betrekken bij je project. Die kennis is momenteel nog te weinig verspreid. Sociale crowdfunding is nog onvoldoende bekend. Een crowfundingsplatform is maar een middel, geen doel op zich. Enkel investeren in technologie is dus onvoldoende. Je moet ook uitleggen hoe die technologie kan gebruikt worden.   

Wat zijn factoren die de slaagkansen van een project verhogen?
Lamote:
Een steungever wil weten waaraan hij zijn geld geeft en wat je project met zijn donatie gaat doen. Hoe concreter het project, hoe makkelijker iemand zich met het project gaat identificeren. Een tweede belangrijk criterium is urgentie. De potentiële financier moet overtuigd worden om hier en nu mee te stappen in het project en niet volgende maand of volgend jaar. Ten slotte is nabijheid zeer belangrijk. Mensen steunen een project sneller als ze overtuigd zijn van de positieve impact van het project op hun buurt, dorp of stad.

Vóór fietspaden

Zijn er zaken die zeker niet werken?
Lamote:
Crowdfunding als alternatief voor projectmatige en structurele subsidies zal nooit werken. Je kan via crowdfunding geld ophalen voor een eenmalig en kleinschalig project, maar je zal er nooit een hele werking mee gefinancierd krijgen. Wat ook niet werkt zijn negatieve projecten. Je moet geen project voorstellen tegen iets, maar vóór iets. Neem bijvoorbeeld het project: ‘Geef jezelf een fietspad cadeau’. Met de financiële steun van 200 burgers zullen geen nieuwe fietspaden betaald worden, wél de nodige experten en advocaten die uitpluizen of fietspaden juridisch afdwingbaar zijn. Dat is een groot verschil. Men reageerde tegen het overheidsbeleid, maar geen enkele keer werd het woord auto vermeld.  Het was geen project tegen auto’s, maar vóór fietspaden. 

Welke ambities heeft growfunding/Bxl nog voor de toekomst?
Lamote:
De werking van growfunding bestaat uit drie onderdelen. De belangrijkste pijler is de projectwerking: het lanceren van kleinschalige Brusselse projecten via growfunding/bxl. In de toekomst willen we vanuit growfunding lokale platformen in Vlaanderen en Wallonië lanceren: Growfunding/luik, growfunding/Antwerpen, growfunding/Hainaut. Maar eerst en vooral willen we growfunding Brussel volledig verder uitbouwen en ontwikkelen. 

De tweede pijler bestaat uit alle vormingen en opleidingen die we vanuit growfunding aanbieden. We geven momenteel al heel wat lezingen, workshops en vormingen over sociale crowdfunding. We willen dit in de toekomst zichtbaarder maken via onze website.  

Maar ook de derde pijler, onderzoek en ontwikkeling, is minstens even belangrijk. Growfunding is het resultaat van een onderzoeksproject van de opleiding Sociaal Werk (Odisee). Dankzij deze wetenschappelijke onderbouwing heeft growfunding een streepje voor. In de toekomst willen we onze werking verder verfijnen via praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek en willen we nieuwe toepassingen blijven ontwikkelen.

www.growfunding.be/bxl

Dit artikel verscheen in het septembernummer van TerZake Magazine 2015.

Lees ook