Juridische garanties voor burgers

Dat het begrip ‘buurtrechten’ in Nederland opgang vindt, is misschien niet onlogisch. Het past mooi binnen dat andere concept: de ‘participatiesamenleving’. Burgers nemen verantwoordelijkheid – of moeten dat – voor hun eigen leven en omgeving. Dus met minder hulp van de overheid. Burgerrechten gaan over juridische garanties voor burgers en buurten om zélf initiatief te kunnen nemen. Concreet: de gemeente wil een plaatselijke bibliotheekvestiging sluiten; gemotiveerde lezers vragen om die zelf verder open te houden. Omwonenden zijn ontevreden over de werking van hun buurthuis; de buurt neemt zelf het beheer over. 

Over het kanaal is dat wettelijk kader voor burgerinitiatieven vastgelegd in de ‘Localism Act’. Daarmee wil de Britse overheid taken en bevoegdheden decentraliseren naar burgers en lokale gemeenschappen. Deze wet legt een ‘community right’ vast. Wanneer een gebouw met een zekere waarde voor de gemeenschap op de markt komt, heeft de buurt het recht om een bod te doen op dat buurthuis of -tuintje. Burgers hebben ook een ‘right to challenge’. Wanneer zij bepaalde publieke taken beter denken aan te kunnen dan een overheidsdienst vandaag, kunnen zij vragen om deze dienst zelf te beheren. Omgekeerd kunnen ook overheden het beheer over bepaalde diensten overdragen. 

In Groot-Brittannië zitten die buurtrechten verankerd in nationale wetgeving. Dat is in Nederland nog niet het geval, maar een aantal lokale besturen maakt er ondertussen wel werk van (zoals Rotterdam – zie verder).

Buurtrechten moeten maken dat buurtbewoners zich wat meer actieve eigenaars voelen in plaats van passieve gebruikers van de publieke dienstverlening. Diensten in buurtbeheer zouden ook beter functioneren: minder procedures, meer op mensenmaat, gericht op behoeftes van de buurt… Complexe procedures en ambtelijke logica’s worden omzeild. Burgerkracht in plaats van bureaucratie. Mooi toch! 

Is er dan geen keerzijde aan de medaille? Misschien wel. Na de bankencrisis blijken besparingen en inkrimping van de overheid de nieuwe politieke ordewoorden. Vraag is in hoeverre die burgerkracht dan een goedkoop alternatief is voor te dure openbare diensten. Wordt de burger een ‘gedwongen onderaannemer’ van de overheid?  Of krijgt hij échte kansen voor eigen initiatief, betrokkenheid en inspraak?  Een discussie dus over een nieuwe taakverdeling tussen overheid, middenveld en burgers.

Lees ook