• De burgerbegroting moest zich afspelen in het hele district en niet in één wijk. Een district bestaat uit 22 wijken, met een heel verschillend karakter en samen goed voor 200.000 mensen.
  • Burgers moesten op een strategisch niveau kunnen meedenken over de begroting. De inwoners uit heel het district moesten samen, en bij consensus, bepalen welke thema’s voor hen belangrijk zijn. Het ging dus om veel meer dan stemmen over concrete projecten. 
  • Burgers deden niet enkel een aanbeveling aan het bestuur over welke thema’s zij belangrijk vinden. Zij moesten ook volledig autonoom kunnen beslissen over de besteding van het budget. 

De grote uitdagingen die we onszelf oplegden, maakten dat er in het buitenland geen onmiddellijk toepasbare voorbeelden voorhanden waren op de Antwerpse situatie. Bovendien wilden we de begroting van 2015 participatief opstellen. Dit betekende dat de resultaten van het participatieproces er moesten liggen in juni 2014.

Veel vragen

Tijdens het uitwerken van de burgerbegroting kwamen onmiddellijk heel wat andere uitdagingen naar boven. Antwerpen is onderverdeeld in negen districten, met elk een eigen bestuur. Hoe kan je ervoor zorgen dat de mensen gaan denken in districtsbevoegdheden? Hoe zorg je voor een model waarin discussie en argumentatie centraal staan? Hoe krijg je mensen zover dat ze voor het hele district denken, en niet enkel voor hun eigen straat? Hoe maken we ideeën van burgers onderling vergelijkbaar? Als de ene vindt dat er meer bomen moeten komen, en de andere dat de parken beter onderhouden moeten worden, kunnen die ideeën dan zomaar samengevoegd worden onder de noemer ‘meer groen’? Hoe vertrekken vanuit wat mensen écht willen? En tot slot misschien wel de belangrijkste vraag: hoe zorgen we ervoor dat mensen echt zelf gaan kiezen zonder dat ambtenaren of het bestuur gaan interpreteren wat iemand wil? Het antwoord hierop werd een burgerbegroting in stappen.

Burgerbegroting in tien stappen

In een eerste ronde gingen deelnemers in groepjes samenzitten om te bepalen welke thema’s zij het belangrijkst vonden voor het district. Ieder groepje (van zes personen) moest tot een consensus komen over vijf thema’s. De deelnemers vertrekken van wat ze belangrijk vinden, van wat er goed is en wat er beter kan. Hierover gaan ze in discussie en kijken ze in welke thema’s ze elkaar kunnen vinden.

De tweede ronde ging meer om het strategisch denken. De deelnemers krijgen per tafel de mogelijkheid om te kiezen voor vijf thema's. Zij kiezen deze thema's uit een geheel van 91 thema's die samen alle bevoegdheden van het district omvatten. Deze thema’s zijn algemener dan concrete projecten. Wel zijn ze concreet genoeg opdat mensen specifiek voor een aspect kunnen kiezen. Zo kregen deelnemers binnen het thema ‘groen’ keuzemogelijkheden zoals ‘pop-up parken’, ‘meer groen in straten’ , ‘beter onderhoud van parken’ enzovoort. Vijf thema’s kiezen is een moeilijke oefening. Er moet gekozen worden tussen meer inzetten op speelterreinen, jeugdwerk, sportveldjes, of toch eerder voor meer groen, ondersteuning van senioren, of meer fietspaden.  

Vertrekken vanuit eigen ervaring

Door in de eerste ronde te vertrekken van de eigen realiteit worden de deelnemers meegenomen in een proces dat vertrekt vanuit de eigen ervaring. Zo klim je op naar een meer strategisch denken. In deze ronde kiezen ze thema's die ze belangrijk vinden voor het hele district. Het was niet de bedoeling dat deelnemers konden kiezen voor een nieuwe speeltuin bij hen voor de deur. Wel voor meer investeringen in speelterreinen. Zo ervaren zij de moeilijkheid van politiek maken. Via directe discussie moeten er prioriteiten worden gesteld. Om deze keuze goed te kunnen maken, moet er voldoende informatie beschikbaar zijn. Deelnemers krijgen daarom – in grote lijnen – de begroting zoals die eruit ziet zonder het stuk burgerbegroting. Ook krijgen ze van elk thema de kostprijs. Elk thema heeft een kaartje waar op de achterkant de prijs van dat thema vermeld staat. Zo leren de deelnemers bij 'groen in straten' hoeveel een boom in de straat kost, of leren ze bij het thema 'betere voetpaden' dat een voetpad opnieuw aanleggen 120 euro/m kost.

Investeren met pokerchips

In een tweede grote stap, het districtsforum,  konden mensen het beschikbare budget van 1,1 miljoen euro  verdelen over de meest gekozen thema’s uit de startmomenten. Elk groepje van acht mensen kon zelf – bij consensus –  ongeveer één miljoen euro verdelen. Ook hier was discussie en argumentatie belangrijk. Om dit geld te verdelen moesten ze samenwerken en elkaar overtuigen. Het verdelen van dit geld gebeurde in spelvorm. Elke deelnemer/speler aan tafel kreeg in zijn eigen kleur twaalf pokerchips die elk 10.000 euro waard waren. De twaalf thema’s die uit de startmomenten zijn gekozen liggen voor de spelers op tafel. Elke deelnemer mag zijn pokerchips inzetten op de thema’s waar hij of zij in wil investeren.

Wél zijn er twee belangrijke regels. Een thema is pas geldig als er minstens vier verschillende deelnemers aan een tafel op inzetten. Bovendien wordt het geld ook pas toegewezen aan een thema als er minstens 60.000 euro op een thema wordt ingezet. Op die manier worden de deelnemers gestimuleerd om samen te werken en argumenten aan te reiken. Zonder de hulp van anderen kan je namelijk niet voor een thema kiezen.

Hoeveel er wordt ingezet op een thema is niet enkel afhankelijk van waar de prioriteiten van de deelnemers liggen, maar ook van hoeveel een thema kost en hoeveel geld het thema nodig heeft om er zinvolle bestedingen mee te kunnen doen. Ook hier is goede informatie cruciaal. Deelnemers krijgen niet enkel uitgebreide informatie over wat een thema kost, maar ook – voor de twaalf overgebleven thema’s – de begroting zoals die al gepland is, inclusief alle projecten die al op de planning staan. Op die manier kunnen deelnemers inschatten of het wenselijk is om in dat thema nog extra te investeren.

Het resultaat van dit districtsforum, en van het traject van de burgerbegroting, is dan de verhoudingsgewijze berekening van de verschillende tafels die hadden deelgenomen. Op die manier kregen twaalf concrete thema’s geld. Deze bedragen zijn op die manier ook ingeschreven in de begroting.

Resultaten

Het eerste resultaat van de burgerbegroting in het District Antwerpen is er gekomen door de goede samenwerking tussen alle deelnemers. Zij hebben voor 2015 thema’s gekozen en er budgetten aan gekoppeld. Hier moet het bestuur zich nu aan houden. In januari 2015 zullen alle projecten van dit budget worden voorgesteld. (zie kadertekst)

Volgens onderzoek van de Universiteit Antwerpen zijn de deelnemers bovendien uiterst positief over dit initiatief: zowel over de inspraak als over de bekomen resultaten. Om dit project te kunnen laten uitgroeien tot een volwaardige burgerbegroting moeten de cijfers wel omhoog. Er moeten meer deelnemers zijn, en ze moeten diverser zijn. Na een eerste jaar, waarin het uitwerken van het traject en de methodiek centraal stond, ligt de grote uitdaging nu in het bereiken van meer mensen, en meer diversiteit. Vooral jongeren onder de 25 jaar, laagopgeleiden en (in mindere mate) mensen met een migratieachtergrond ontbraken in de vorige cyclus.

Naast het inzetten op een groter bereik, liggen er ook ambities om op participatief vlak elk jaar de grenzen te verleggen. Voor de volgende cyclus blijft het hoofddoel participatie over de begroting. Opnieuw gaan mensen bij consensus voor thema’s moeten kiezen. Nieuw is wel dat inwoners van het district dit ook online gaan kunnen doen. Voor de startmomenten wordt een online tool ontwikkeld waarbij mensen van thuis uit kunnen deelnemen. Deze tool is zo opgezet dat de principes van discussie en samen beslissen overeind blijven. Via deze weg hopen we ook mensen te bereiken die zich moeilijk kunnen vrijmaken om naar een vergadering te komen, of liever van thuis uit deelnemen.

Naar een projectronde

En het stopt niet als de budgetten verdeeld zijn. In de burgerbegroting van 2015-2016 wordt er ook een projectronde ingevoerd. Burgers kunnen er een eigen voorstel indienen binnen de thema’s en de budgetten die in de eerdere rondes zijn bepaald. Na een eerste selectie op haalbaarheid door de administratie, zullen bewoners ook weer de kans krijgen om een keuze te maken tussen de ingediende projecten. 

Elk project krijgt een realistisch budget mee. Binnen het geld dat voorzien is, kunnen bewoners dus een keuze maken voor welke projecten ze uitgevoerd willen zien. Op die manier beslissen inwoners van district Antwerpen van begin tot eind wat er met hun 1,1 miljoen euro gebeurt. Eerst door thema’s te kiezen die voor hen belangrijk zijn, dan door het budget te verdelen over die thema’s, en nog later door ook de invulling van dit geld zelf te bepalen.

 

(Hanne Bastiaensens, projectleider burgerbegroting in Antwerpen)

Dit artikel verscheen in het maartnummer van TerZake Magazine 2015

Lees ook