Buurtrechten in een stad of gemeente: vindt u dat een goed idee? 
Evelien Tonkens
: Het concept ‘buurtrechten’ laat burgers toe om plannen die ze hebben voor hun buurt daadwerkelijk te realiseren. Dat is een interessant concept, tenminste als alle burgers uit die welbepaalde buurt hun stem kunnen laten horen. Maar dat is momenteel nog niet het geval. Uit mijn onderzoek blijkt dat de deelnemers aan de participatieve democratie niet representatief zijn voor de bevolking van de meeste wijken. Het zijn vooral actieve, hoogopgeleide burgers, die over het algemeen reeds sterk betrokken zijn bij hun buurt. Dat zullen ook de mensen zijn die van buurtrechten gebruik gaan maken.

Is er een methode om die representativiteit beter na te streven? 
Tonkens:
Er is steeds meer interesse voor de participatieve democratie.  Die brengt veel vernieuwing. Maar over de representativiteit van de deelnemers en de verhouding van participatieve democratie met de representatieve democratie moet wel veel beter worden nagedacht. We moeten zoeken naar manieren waarop burgers, die niet rechtstreeks gebruik maken van buurtrechten, zich over de plannen van hun medeburgers kunnen uitspreken. Dat zou kunnen via loting en/of stemming, meer lokale referenda, meer burgerjury’s en andere vormen van vernieuwende en meer representatieve democratie. Een lokale democratie kan alleen krachtiger worden wanneer de combinatie van representatieve en participatieve elementen bewuster en gerichter worden ingezet. 

Faciliteren onder het mom van...

Het idee van buurtrechten gaat gepaard met een overheid die taken loslaat. U maakt daarin een onderscheid tussen faciliteren en responsabiliseren. Wat is het verschil? 
Tonkens:
Wanneer een overheid ‘faciliteert’, dan probeert ze bepaalde zaken mogelijk te maken voor de burger en neemt ze belemmeringen weg. Een overheid ‘responsabiliseert’ wanneer ze mensen verantwoordelijk stelt voor bepaalde taken omdat ze er zelf geen geld of tijd meer voor heeft, of de burger daar nu voor kiest of niet. 

Maar is dit geen dunne grens?
Tonkens:
Om het onderscheid helder te maken moet een overheid allereerst een duidelijke visie ontwikkelen op wat haar basisvoorzieningen zijn: wat vindt ze belangrijk dat er in een gemeente beschikbaar is? Stel dat voorschoolse opvang of huiswerkbegeleiding daarbij hoort, dan is het belangrijk dat de gemeente dit zelf regelt en niet wacht tot hier een burgerinitiatief over ontstaat.  Een volgende stap is dat je je als beleidsmaker afvraagt hoe je die basisvoorzieningen zal aanbieden en welke rol burgers daarin kunnen spelen. Belangrijk is wel dat de verantwoordelijkheid van de overheid niet wegvalt wanneer ze ruimte voorziet voor burgers. Natuurlijk kan het ook zijn dat je als overheid bepaalde taken wilt overhevelen aan burgers, maar dan moet je dat gewoon toegeven. Vandaag de dag gebeuren al te veel zaken onder het mom van ‘faciliteren’.

Contactambtenaar

Welke andere rol van de overheid vergt het faciliteren van buurtrechten?
Tonkens:
Stel dat een gemeente een overlegmoment organiseert met haar burgers om te praten over het openhouden van buurthuizen in de gemeente. Dan is het belangrijk dat een overheid samen met haar burgers nadenkt over de aanpak van hun plannen en mogelijke belemmeringen die zich kunnen voordoen. Een contactambtenaar kan daar een belangrijke rol spelen. Die persoon kan de burger door de bureaucratie loodsen en ervoor te zorgen dat het idee werkelijk in de praktijk wordt gebracht. Verder moet de gemeente ook de representativiteit helpen organiseren en eisen stellen aan een plan opdat dit door de hele buurt gedragen wordt. 

Er zijn in Nederland voorbeelden van bewoners die een groot verzorgingstehuis hebben overgenomen, of eigenaarschap hebben van informele zorg en onderlinge diensten. Zijn dat mooie voorbeelden van buurtrechten?
Tonkens:
Dat zijn voorbeelden die vallen onder het recht op maatschappelijk vastgoed. Ze scheppen de mogelijkheid om op een creatieve manier publieke voorzieningen op te richten Dat is positief, want zulke initiatieven kunnen resulteren in vernieuwing in de ouderenzorg. Wél is het bij zulke initiatieven belangrijk dat ze duurzaam zijn. Men moet zich dus afvragen wat er voor nodig is om te zorgen dat zo’n initiatieven houdbaar zijn op langere termijn. Een voorwaarde is bijvoorbeeld dat vrijwilligers daarin wel een belangrijke rol spelen maar dat het niet louter en alleen op vrijwilligers draait.

Kwaliteitseisen

Ziet u een rol voor de overheid om die duurzaamheid te garanderen? 
Tonkens:
In Denemarken heb ik daarvan in de kinderopvang ooit inspirerende voorbeelden gezien. De overheid heeft kinderopvang erkend als basisvoorziening waar alle kinderen recht op hebben. Maar als een groep ouders of professionals aannemelijk kon maken dat ze met hetzelfde geld meer kwaliteit kan bieden, mochten zij dat proberen, met hetzelfde geld dat de gemeente voor de gewone kinderopvang uitgaf en tegen dezelfde kwaliteitseisen. Wat als het misloopt? Omdat het initiatief dat de burgers claimden formeel is aangeduid als ‘basisvoorziening’, kan de overheid het beheer – indien nodig – snel weer overnemen. Zo’n systeem zou een mogelijke oplossing kunnen bieden. Hoe dan ook is een verzorgingshuis te kwetsbaar om enkel te draaien op vrijwilligers. 

Welke tips zou u geven aan steden en gemeenten die het buurtrecht willen introduceren? 
Tonkens:
Waak erover dat iedereen zijn stem kan laten horen. Ontwikkel een duidelijke visie op wat echt noodzakelijke basisvoorzieningen zijn. En koppel daar duidelijke kwaliteitseisen aan waar ook nieuwe (burger)initiatieven aan moeten voldoen. 

 

(Lisa Schouppe)

Dit artikel verscheen in het septembernummer van TerZake Magazine 2015

Lees ook