In de aanloop naar de verkiezingen van 2010 schreef u het boek ‘Pleidooi voor een eerlijke politiek’. Staan we vandaag een aantal stappen dichter bij een meer eerlijke politiek?
Ivan De Vadder: Toch wel! Bij de zesde staatshervorming zijn er verschillende zaken geregeld: de schijnkandidaten bij verkiezingen zijn verdwenen, de Senaat is hervormd. Er is nu ook sprake van de berekening van verkiezingsprogramma’s. Ik zie dus zeker een aantal positieve evoluties. 

Wél blijven politici kampen met hun geloofwaardigheid. Daar moeten ze dringend iets aan doen. De steekvlampolitiek als reactie op de discussie over parlementaire uittredingsvergoedingen bewijst eens te meer hoe gevoelig politici zijn voor negatieve reacties van het publiek. 

De Wakkere Burger peilde bij de politieke partijen naar hun programmapunten over politieke vernieuwing en burgerparticipatie. Politieke geloofwaardigheid lijkt niet hoog op de agenda te staan. Na de afschaffing van de schijnkandidaten lijkt voor de partijen alles onder controle. Terwijl bijvoorbeeld het systeem met aparte opvolgerslijsten blijft bestaan.
De Vadder:
Dat opvolgersysteem blijft een van mijn fundamentele kritieken op het verkiezingssysteem, maar ik denk niet dat het ooit zal worden aangepast. Als je kijkt naar de hervorming van de Senaat , zie je dat men in hetzelfde bedje ziek blijft. Men hervormt de Senaat tot een ontmoetingsplaats tussen de twee deelstaten, maar daar zet men dan tien gecoöpteerde senatoren bij. Zo kunnen we jonge politici lanceren, zeggen de partijen. Op zich heb ik daar geen enkel probleem mee, maar dat kan ook op een andere manier. Geef hen bijvoorbeeld een goede plaats op de lijst. 

Bedoelt u dat coöptatie niet zozeer een raket is om nieuwelingen te lanceren, maar eerder een parachute voor politici die uit de boot vallen bij de verkiezingen?
De Vadder:
Dat is een mooie omschrijving. En toch begrijp ik zo’n beslissing enigszins wel. Politici zitten niet echt in een gemakkelijke positie. Ze schrijven de regels voor hun eigen functioneren. Ze zitten in een situatie waarin zij de fiets moeten herstellen terwijl ze er zelf nog op aan het rijden zijn. Dat is een van de moeilijkste dingen ter wereld. Als je te radicaal aan die fiets sleutelt, ga je op je gezicht. Als je niet radicaal genoeg sleutelt, vertraagt de fiets.

Ik snap ook wel dat politici in tijden van economische crisis minder met politieke vernieuwing bezig zijn. Maar de kloof met de burger blijft wel bestaan. Je ziet dat bij elke verkiezing weer opnieuw: het visionair geloof bij de burger van ‘met deze man wordt het beter’ gecombineerd met een permanent wantrouwen in de rest van de politieke klasse. Verkiezingsprogramma’s zijn onbetrouwbaar en moeten worden berekend. De uittredingsvergoedingen en pensioenrechten van politici moeten worden aangepast. Allemaal illustraties van die vertrouwenskloof. We gaan er steeds van uit dat politici ons bij ons pietje nemen.

Recent werden er een aantal opvallende voorstellen gedaan om onze democratie een nieuw elan te geven. David Van Reybrouck stelt een gelote Senaat voor. Kan zo’n geloot orgaan van burgers zinvol zijn volgens u?
De Vadder:
Als je zoals in Ijsland mensen inschakelt om de grondwet of bepaalde aspecten van een regelgeving aan te passen, kan het een goed idee zijn. Je bakent grenzen af van een vraagstuk en polst naar de mening van de mensen binnen die bepaalde grenzen. Dat lijkt me een waardevolle aanpak. Maar een parlement vervangen door een geloot systeem gaat mij te ver. Geef burgers niet de illusie dat je met loting de democratie kan vervangen. En dat doet Van Reybrouck wel met de titel ‘Tegen verkiezingen’ van zijn boek.  

Een ander voorstel is om de blanco stemmen om te zetten in lege zetels in het parlement.
De Vadder:
Dat is een voorstel van de N-VA uit 2009. Het heeft naar mijn aanvoelen vooral een symboolfunctie. Net na de verkiezingen zullen die lege zetels misschien opvallen, maar daarna rendeert dit voorstel niet meer. Ik geloof er niet echt in. 

Ik ben wel voorstander van het omzetten van stemplicht in stemrecht. Ik denk en hoop dat politieke partijen in een systeem zonder stemplicht meer inspanningen zullen doen om de kiezer te mobiliseren. Vandaag is die democratische oproep volledig weg. Men gaat er van uit dat verkiezingen een gesloten markt is. Een beetje zoals de sigarettenmarkt waar je makkelijk het ene merk naar het andere kan switchen. Als het ene merk wint, verliest het andere. Maar wanneer een partij een bepaalde maatschappelijke groep kan overtuigen om plotseling wel te gaan stemmen, dan vergroot hun stemmenaantal puur door die nieuwe kiezers. Dat is een heel ander mechanisme. Maar goed, misschien is dat ijdele hoop!

Ook de oproep naar een federale kieskring komt regelmatig bovendrijven. Wat vindt u van dat voorstel?
De Vadder:
Er schort iets aan ons huidig systeem. Via onze stem belonen en bestraffen wij onze politici. Maar de kiezer kan geen stem uitbrengen voor politici aan de andere kant taalgrens. Gevolg: de regering hoeft niet voor alle burgers verantwoording af te leggen. Er bestaan twee oplossingen: ofwel kies je voor het confederalisme, ofwel kies je voor een federale kieskring.

Mark Eyskens wil alle kiezers meerdere stemmen geven die ze mogen verdelen over kandidaten van verschillende partijen. Dit meervoudig stemrecht zal volgens hem leiden tot meer nuance en samenwerking.
De Vadder:
Door de samenvallende verkiezingen gaan wij er nu zelf drie of vier hebben. Dat zal volgens mij leiden tot zeer strategisch stemmen. Een aantal mensen zal op Vlaams niveau voor een bepaalde partij stemmen en federaal voor een andere partij. En voor Europa brengen ze misschien nog een andere, meer principiële of visionaire, stem uit. 

Wat zouden we bereiken met die meervoudige stem? Ik weet het niet. Meerderheden worden toch vooral gemaakt en gebroken binnen parlement en regering. Ik ben dus geen voorstander van dat voorstel. 

In de jaren ‘90 maakte academicus Wilfried De Wachter al de analyse dat de parlementaire democratie in feite niet meer is dan een politieke mythe is. De besluitvorming gebeurt vooral buiten het parlement. De macht ligt bij de ministers in de regering. Waarom dan niet die échte macht rechtstreeks verkiezen?  
De Vadder:
Je moet eens heel goed kijken naar de verschillende democratische systemen in de wereld. Neem bijvoorbeeld de Verenigde Staten waar je een presidentieel regime hebt. Die verkozen president kan zelf zijn ministers aanstellen. Daarna zou hij een aantal jaren zijn zin kunnen doen. Dat klopt niet. Ook daar klaagt men over een blokkering van de democratie. Ook dat systeem met een rechtstreekse verkiezing van de uitvoerende macht, heeft verschillende ‘checks en balances’ die de zaken vertragen. Alle democratieën hebben die evenwichten tussen verschillende machten.  

Onze democratie, waarvoor we in het verleden bewust hebben gekozen, is nu eenmaal traag is. Als we die trage fiets vervangen, krijgen we misschien een snelle democratie. Maar wel één waarin slechts een paar mensen alle macht hebben. Dan komen we dicht bij een dictatoriaal regime. Is dat wat we willen? We moeten bewust kiezen voor een slow government, maar zonder daarover te blijven klagen. Burgers moeten begrijpen dat de democratie een traag systeem moet zijn zodat we kunnen nadenken over de dingen. 

U bent zelf politiek journalist bij de VRT. Welke stappen kunnen de media,  en in het bijzonder een publieke omroep, zetten om de politiek transparanter te maken en dichter bij de burger te krijgen?
De Vadder:
Als je de taak van de media wil bespreken, dan open je meteen een heel debat over mediakritiek. Dat zou ons te ver leiden. De media roeien met de riemen die ze hebben. Dat is een  moeilijke evenwichtsoefening. Nieuw in 2014 is alleszins de aandacht voor cijfers. Wij maken via onze ‘fact-checker’ een berekening van de verkiezingsprogramma’s. Op die manier pogen we een rol te spelen in een veranderende context waar steeds meer burgers via Twitter en andere sociale media op de voorgrond treden. Deze evolutie zet de democratie en politici zwaar onder druk. Een politicus doet een uitspraak en wordt meteen afgerekend door mensen met een heel eigen mening. In die veelheid van meningen moeten wij als openbare omroep een zeer geloofwaardige en authentieke stem naar voor brengen. Mensen duidelijk uitleggen wat de inzet is, waar het over gaat opdat ze zelf hun keuzes kunnen maken.

Bij het becijferen van programma’s zijn sommige zaken wel makkelijker te berekenen dan andere. Zo zijn terugverdieneffecten bij het bepalen van belastingvermindering voor bepaalde inkomensgroepen concreter dan hoeveel miljoen euro er moet besteed worden aan onderwijs. 
De Vadder:
De gevolgen van kinderbijslag op armoede en gezin, de schooltoelage en de verhoging van pensioen zijn zaken die we kunnen berekenen. Wij beschikken als journalisten niet over de modellen en de knowhow om de heel grote macro-economische modellen te berekenen. We zullen dus ook goed de beperkingen moeten uitleggen. Met dit initiatief willen we dus vooral een belangrijk signaal geven: wij nemen het voortouw in iets dat politici eigenlijk al lang uit eigen initiatief door de juiste instellingen hadden moeten laten onderzoeken. 

 

(Wim Van Roy en Lisa Schouppe)

Dit interview verscheen in het verkiezingsnummer van TerZake Magazine 2014.

Lees ook