|
Bijna alle kandidaten bij de voorbije federale verkiezingen zijn voorstaander van duidelijke regels tegen schijnkandidaten op kieslijsten. Dat blijkt uit een enquête van Transparency International Belgium over meerdere “politiek-ethische” thema’s zoals cumulatie van mandaten, partijfinanciering, …
Transparency International Belgium is een internationaal vertakte NGO die strijdt tegen (politieke) corruptie. Bij hun onderzoek voor de verkiezingen van 13 juni 2010 stuurden meer dan 500 kandidaat-parlementsleden (ruim 25 % van het totaal) hun vragenlijst ingevuld terug. De resultaten onthullen opvallende verschillen in standpunten tussen de verschillende partijen én tussen de verschillende taalgemeenschappen. Maar er bestaat ook een gedeelde wens van de kandidaten om meer maatregelen te nemen aangaande ethiek in de politiek. schijnkandidaten Een aantal regionaal verkozenen waren als stemmentrekkers aanwezig op federale kieslijsten, terwijl ze niet de minste intentie hadden om te zetelen. Vrijwel alle bevraagde kandidaten (99 %) vinden dat deze situatie, waarvoor nagenoeg geen regelgeving bestaat, moet veranderen. Zo kiest 38 % van de ondervraagden voor samenvallende regionale en federale verkiezingen, waarbij het verboden wordt om zich kandidaat te stellen op beide lijsten. Een bijna even grote groep (34 %) kiest voor een oplossing die de kandidaat verplicht om te zetelen waar hij de laatste keer is verkozen. De antwoorden tonen afgetekende verschillen tussen de partijen. Zo wil bijna 90 % van de PS-kandidaten niet verder gaan dan het op voorhand kenbaar maken van de intenties van deze “schijnkandidaten”. Bij Ecolo, Open VLD en SP.A daarentegen is een grote meerderheid voorstander van samenvallende verkiezingen. Terwijl er bij CDH een duidelijke voorkeur is voor de verplichting om te zetelen daar waar men laatste verkozen is. Aangifte van mandaten De meeste mandatarissen zijn verplicht om publieke mandaten bekend te maken, maar er bestaat geen verplichting voor de federale mandatarissen om hun inkomsten uit federale mandaten aan te geven. In de bevraging sprak 96 % zich echter uit vóór de aangifte van inkomsten en voordelen die ze ontvangen voor het uitoefenen van publieke mandaten. Op de meest gevoelige vraag, aangaande de aangifte van inkomsten uit private mandaten, zijn de antwoorden minder homogeen dan die aangaande de publieke mandaten. Gemiddeld is 72 % voorstander van een dergelijke verplichting. Opvallend is de sterke tegenstand binnen de PS (79 % antwoordt nee). Andere partijen zijn erg verdeeld. Bij zes partijen (Ecolo, Groen!, SP.A, CDH, PP en Vlaams Belang) zijn de kandidaten wel duidelijk voorstander van een dergelijke aangifte van inkomsten (meer dan 80% van hun kandidaten). Cumul van mandaten Veruit de meest populaire oplossing bij de ondervraagde kandidaten is een betere wettelijke reglementering van de cumulatie van mandaten (80%). Slechts 1 op de 10 kandidaten wil deze kwestie overlaten aan de partijen. Partijfinanciering De kandidaat-parlementairen kregen ook vragen over de financiering van hun politieke partijen. Opvallend: op deze vraag werd een record aantal keer “geen mening” geantwoord. Een derde van de kandidaten sprak zich niet uit over de regels aangaande de financiering van politieke partijen. Volgens Transparency International ligt dit onderwerp misschien te gevoelig. Minder dan de helft van de kandidaten (44%) zijn voorstander van striktere regels: bvb. via de publicatie op het internet van informatie over de financieringsbronnen (o.a. grote giften) per partij, via de opname van partijpolitiek onafhankelijke personen in de bevoegde controlecommissie,… Op uitzondering van de PS, zijn de Franstalige partijen op dit vlak grotere voorstanders dan de Nederlandstalige voor de invoering van deze strengere regels.
www.transparencyinternational.org |