|
Opinie: Platform Participation wil iedereen betrekken bij plan duurzaam Brussel |
|
maandag, 10 mei 2010 11:55 |
|
“Het Hoofdstedelijk Gewest staat aan de start van een zeer belangrijke wedstrijd, een hindernissenloop en een marathon tegelijk, mét tussenspurtjes! De hoofdprijs is prestigieus: niet minder dan een ontwerp voor de ontwikkeling van Brussel als een duurzame stad. We hebben het over het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (GPDO), dat tegen 2012 klaar moet zijn.” Het Platform Participation biedt alvast een leidraad.
Het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling of GPDO moet duidelijk maken hoe Brussel de bevolkingsaangroei gaat opvangen, hoe Brusselaars aan het werk zullen geraken, hoe de groeiende kloof tussen rijk en arm kleiner kan, hoe Brussel een leefbare stad kan worden, en hoe dit allemaal in overeenstemming zal worden gebracht met de internationale uitstraling. Kortom: een mijlpaal voor dit stadsgewest! Nu al is de administratie bezig met een diagnose. En ze is op zoek naar bureaus die allerlei ateliers zullen organiseren en andere bureaus die stedenbouwkundige ideeën moeten tekenen.
Wat is de plaats van de gewone Brusselaar, van Jan met de pet in dit proces? Hij of zij krijgt de kans om iets te zeggen op publieksmomenten. Alleen dreigen die momenten uit te draaien op nieuwe frustraties als de mening van de gewone man of vrouw verloren gaat in een grote machine. Zonder de juiste attitude van politici en zonder correcte procedures wordt het niks.
Het Platform Participation, een verzameling van mensen die participatieve democratie promoten, geeft graag enkele aandachtspunten mee.
Ten eerste verwachten we van de overheid duidelijkheid: de publieksmomenten mogen geen window dressing of zouteloze informatieavonden worden; je moet minstens voor consultatie gaan. Leg uit wat de regering al beslist heeft en waarover mensen dus geen advies meer moeten/mogen geven. Anders creëer je overtrokken verwachtingen.
Nu is er waarschijnlijk nog weinig echt beslist, maar er is wel al veel beleid in voorbereiding. Elke minister werkt in zijn of haar hoekje aan plannen, en dat is normaal. Maar als de ministers deze plannen niet transparant voorstellen aan de mensen, dan dreigen die achteraf het gevoel over te houden dat het allemaal doorgestoken kaart was.
Wij pleiten dus voor zoveel mogelijk openheid. Leg alle onuitgesproken denksporen ter advies voor aan de mensen en zorg dat de spelregels duidelijk zijn. Mensen moeten zich kunnen uitspreken over de plannen om hun organisch afval te methaniseren, over de verdichting van wijken of over regionalisering van bevoegdheden, over studies naar nieuwe metrolijnen,...
Concrete ideeën op tafel leggen zou zo’n GPDO ook dichter bij de mensen brengen. Want we moeten eerlijk zijn: het is hoog gegrepen om mensen bij een dergelijk plan te betrekken. Het Gewest zal de discussie toegankelijk moeten maken, verduidelijken wat de impact is van – bijvoorbeeld – een slimme kilometerheffing of een stadstol. Het Gewest kan samenwerken met verenigingen om de stem van minder mondige mensen, jongeren en kinderen te horen. Ook de bureaus kunnen inspanningen leveren om dat vergeten doelpubliek te betrekken.
Trek ook genoeg tijd uit om mensen te laten groeien in een denkproces. Op één avondje kun je onderwerpen hoogstens even aanraken, meer niet. We pleiten ervoor om de discussies voor de bewoners op hetzelfde moment te laten beginnen als de ateliers voor deskundigen.
We willen ook wijzen op het gevaar van bewoners naar een consensus te duwen. Mensen zijn dan enkel nuttig ter legitimering van een al half gevormde visie van de overheid. Consensus is niet alleen een illusie, je riskeert ook afwijkende, maar interessante meningen over het hoofd te zien als je met zo’n instelling vertrekt. Maak dan op de publieksmomenten liever een inventaris van conflicten en tegenstellingen.
Wie deelneemt aan vergaderingen, moet ook controle krijgen over de verslaggeving: op welke manier verschijnen de standpunten van burgers in teksten en verslagen? Ook informatie over de stand van zaken op geregelde tijdstippen is nodig.
En ten slotte is participatie na de opmaak van dit GPDO even belangrijk. Waarom zouden we geen opvolgingscomités in het leven kunnen roepen? Comités die thematisch en per wijk de uitvoering van dit plan blijven volgen?
Voilà . Als het Brussels Hoofdstedelijk Gewest rekening houdt met al deze addertjes onder het gras, dan kan het van dit plan iets maken wat gedragen wordt door een grotere groep mensen. Anders vrezen we voor veel frustraties.
Deze tekst vertolkt het standpunt van Bral, Samenlevingsopbouw Brussel, Bernadette Lejeune, Periferia, De Wakkere Burger, Jes/Yota, Habitat & Participation, de Buurtwinkel en Netwerk Participatie, verenigd in Platform Participation | Deze tekst verscheen in Brussel Deze Week  |